Personen- en familierecht

1:385 lid 1 onder d BW. Geen gewichtige redenen om de curator te ontslaan.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Datum publicatie
12 oktober 2026
Zaaknummer
200.366.096
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. W. Vahl, mr. W.L.M. Fleuren
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:6537
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

1:385 lid 1 onder d BW. Geen gewichtige redenen om de curator te ontslaan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.366.096

(zaaknummer rechtbank Gelderland 1192940)

beschikking van 13 oktober 2026

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. W. Vahl,

en

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. W.L.M. Fleuren,

Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende1] ,

wonende te [woonplaats1] ,

verder te noemen: [belanghebbende1] ,

en

[belanghebbende2] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verder te noemen: [belanghebbende2] ,

en

[belanghebbende3] ,

wonende te [woonplaats3] ,

verder te noemen: [belanghebbende3] ,

en

[belanghebbende4] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verder te noemen: [belanghebbende4] ,

en

[belanghebbende5] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verder te noemen: [belanghebbende5] ,

en

[belanghebbende6] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder te noemen: voormalig curator,

en

De Regt Bewind B.V.

gevestigd te Apeldoorn,

verder te noemen: de opvolgend curator.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, zittingsplaats Zutphen) van 10 december 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Het hof zal deze beschikking verder ook de bestreden beschikking noemen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het beroepschrift met producties, ingekomen op 10 maart 2026;

  • het verweerschrift van de moeder;

  • een brief van [belanghebbende3] en [belanghebbende2] van 5 mei 2026

  • een journaalbericht namens de vader van 23 september 2026 met producties.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 29 september 2026 plaatsgevonden. Tijdens deze mondelinge behandeling werd ook het verzoek in hoger beroep van de vader met zaaknummer 200.361.325 behandeld. Aanwezig waren:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat,

  • [belanghebbende2] en [belanghebbende3] ,

  • twee vertegenwoordigers van de opvolgend curator.

3 De feiten

3.1

[belanghebbende1] is geboren [in] 1995. Zij is de dochter van de vader en de moeder en de zus van [belanghebbende2] , [belanghebbende3] , [belanghebbende5] en [belanghebbende4] .

3.2

Bij beschikking van 6 juni 2014 heeft de kantonrechter [belanghebbende1] onder curatele gesteld wegens lichamelijke of geestelijke toestand en de vader en de moeder benoemd tot curatoren.

3.3

Bij beschikking van 6 augustus 2025 heeft de kantonrechter de vader en de moeder met ingang van 1 september 2025 ontslagen als curatoren van [belanghebbende1] . Met ingang van diezelfde datum is de voormalig curator benoemd als opvolgend curator.

3.4

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 19 november 2025 heeft de voormalig curator verzocht hem als curator van [belanghebbende1] te ontslaan en een opvolgend curator te benoemen.

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter zoals verzocht de voormalig curator met ingang van 1 januari 2026 ontslagen als curator van [belanghebbende1] en de opvolgend curator met ingang van diezelfde datum benoemd tot curator.

4.2

De vader is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en de vader te benoemen tot curator van [belanghebbende1] .

4.3

De moeder voert verweer. De moeder vraagt het hof om de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek dan wel dit verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5 De motivering van de beslissing

Wat staat er in de wet?

5.1

Op grond van artikel 1:385 lid 1 onder d van het Burgerlijk Wetboek kan de curator te allen tijde op eigen verzoek worden ontslagen.

De mening van [belanghebbende1]

5.2

[belanghebbende1] is tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep niet verschenen. Volgens de ‘Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap’ zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht is het uitgangspunt dat verzoekers, betrokkenen en belanghebbenden worden gehoord.

5.3

[belanghebbende1] is ernstig verstandelijk beperkt, is autistisch, heeft epilepsie en kan niet praten. [belanghebbende1] functioneert ongeveer op het verstandelijk niveau van een kind van anderhalf jaar. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat [belanghebbende1] niet in staat kan worden geacht om de gevolgen van deze procedure te overzien. De belanghebbenden hebben dit ook aangegeven. Daarmee heeft de kantonrechter op goede gronden nagelaten om [belanghebbende1] te horen over het verzoek. Ook in hoger beroep heeft het hof beslist om niet met [belanghebbende1] te spreken.

Oordeel van het hof

5.4

De vader wil met deze procedure in hoger beroep bereiken dat de opvolgend curator wordt ontslagen en dat hij wordt benoemd tot curator van [belanghebbende1] . In de beschikking van het hof van heden in de zaak bekend onder zaaknummer 200.361.325, heeft het hof geoordeeld dat de kantonrechter bij eerdergenoemde beschikking van 6 augustus 2025 de vader terecht heeft ontslagen als curator. Reeds op die grond faalt het beroep in deze zaak.

5.5

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader bovendien verklaard dat de curator haar werk op zich goed doet. Door de vader zijn dus geen gewichtige redenen aangevoerd om de opvolgend curator te ontslaan. Ook anderszins zijn het hof geen redenen gebleken om de curator te ontslaan. Daarmee dient het verzoek in hoger beroep van de vader te worden afgewezen.

6 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

7 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, zittingsplaats Zutphen) van 10 december 2025.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, R. Feunekes en H. Phaff, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 13 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.