Personen- en familierecht
Huurrecht. Belangenafweging. Doorslaggevende betekenis toegekend aan kwetsbare medische gezondheid man…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 oktober 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6608 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-6608
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2026
- Datum publicatie
- 15 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.367.700/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.H. Bouwman te Amsterdam, mr. H. Hulshof te Emmeloord
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:6608
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huurrecht. Belangenafweging. Doorslaggevende betekenis toegekend aan kwetsbare medische gezondheid man. Bekrachtiging
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.367.700/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 593504)
beschikking van 15 oktober 2026
in de zaak van
[verzoekster] (de vrouw),
die woont in [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. R.H. Bouwman te Amsterdam,
en
[verweerster] (de man),
die woont in [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
advocaat: mr. H. Hulshof te Emmeloord.
1 De procedure in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 6 februari 2026, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 De procedure in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 16 april 2026;
- een journaalbericht namens de vrouw van 11 mei 2026 met bijlage(n);
- het verweerschrift met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de vrouw van 10 september 2026 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de man van 10 september 2026 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de man van 14 september 2026 met bijlage(n);
- twee journaalberichten namens de vrouw van 23 september 2026 met bijlagen.
De mondelinge behandeling heeft op 24 september 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man, bijgestaan door zijn advocaat.
3 De feiten
Partijen zijn [in] 2000 met elkaar getrouwd. Zij hebben tijdens het huwelijk samengewoond in de huurwoning aan [adres] in [woonplaats] (hierna: de voormalig echtelijke woning).
Partijen hebben samen een meerderjarige zoon.
De rechtbank heeft bij beschikking van 11 juni 2025 als voorlopige
voorziening bepaald dat de man voor de duur van de echtscheidingsprocedure gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de woning met inboedel aan de [adres] in [woonplaats] , met bevel dat de vrouw die woning verder niet mag betreden.
Bij de bestreden beschikking van 6 februari 2026 heeft de rechtbank, voor zover van belang, de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand huurder is van de woning aan de [adres] in [woonplaats] .
Het huwelijk van partijen is op 13 juli 2026 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
4 De omvang van het geschil
De vrouw is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief ziet op het huurrecht van de voormalig echtelijke woning. De vrouw verzoekt het hof om de bestreden beschikking te vernietigen voor zover deze ziet op de beslissing ten aanzien van het huurrecht en in zoverre te bepalen dat het huurrecht aan haar zal worden toegewezen. De vrouw heeft bij journaalbericht van 10 september 2026 het hof eveneens aanvullend verzocht aan de man op te dragen dat hij de zaken, conform de inboedellijst, aan de vrouw overdraagt. Ter zitting heeft de advocaat van de vrouw echter verzocht dit verzoek als niet ingediend te beschouwen. Het hof neemt daar dan ook geen verdere beslissing over.
De man voert verweer en hij verzoekt het hof om het door de vrouw ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen.
5 De motivering van de beslissing
In geval van echtscheiding kan de rechter op grond van artikel 827 lid 1 sub f van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in samenhang met artikel 7:266 lid 5
van het Burgerlijk Wetboek (BW) op verzoek van een echtgenoot bepalen wie van de echtgenoten huurder van de woonruimte zal zijn. Voor toewijzing van het huurrecht van de voormalig echtelijke woning aan een van de echtgenoten dient een afweging van de belangen van partijen te worden gemaakt.
Duidelijk is dat beide partijen graag in de woning willen blijven wonen, waar zij samen met hun zoon jarenlang hebben gewoond. Degene aan wie niet het huurrecht van de woning zal worden toegewezen, zal een andere woonruimte moeten zoeken en in de huidige woningmarkt zal dat voor geen van beiden eenvoudig zijn.
Het hof is, alles in aanmerking nemend, net als de rechtbank van oordeel dat het belang van de man bij toewijzing van het huurrecht van de woning zwaarder weegt dan het belang van de vrouw daarbij. Niet in geschil is dat de man in 2014 een nier-pancreastransplantatie heeft ondergaan. Hij heeft met de door hem overgelegde uitvoerige recente verklaring van zijn arts van het Leids Universitair Medisch Centrum van 12 juli 2026 onderbouwd dat het vanuit medisch perspectief van groot belang is dat hij beschikt over een stabiele huisvesting en continuïteit van zijn woonomgeving. De vrouw heeft weliswaar ook naar voren gebracht dat zij fysieke klachten (onder meer rugklachten) heeft, maar zij heeft die stelling, anders dan de man, niet nader met medische stukken onderbouwd. Voorzover zij daarnaast stelt dat zij niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring bij woningcorporaties, terwijl de man daar volgens haar wel aanspraak op zou kunnen maken, en dat zij meerdere keren op woningen heeft gereageerd maar steeds is afgewezen, heeft zij dit ook niet met stukken onderbouwd, wat wel op haar weg had gelegen. Daarmee is ook in hoger beroep niet vast komen te staan dat de belangen die de vrouw heeft bij toekenning van het huurrecht aan haar, zwaarder zouden moeten wegen dan de belangen die de man daarbij heeft .
Bij deze stand van zaken kent het hof daarom doorslaggevende betekenis toe aan de kwetsbare medische gezondheid van de man, die naar het oordeel van het hof maakt dat hij een groter belang heeft bij toekenning van het huurrecht van de woning dan de vrouw. Dat de meerderjarige zoon van partijen inmiddels niet meer bij de man woont en dat de vrouw met hem weer in de woning wil gaan wonen, is weliswaar een gewijzigde omstandigheid ten opzichte van de situatie waar de rechtbank over oordeelde, maar leidt niet tot een andere beslissing. De zoon is immers geen minderjarig kind meer, met wie in deze belangenafweging om die reden rekening zou moeten worden gehouden. Van bijzondere redenen waarom zijn situatie wel doorslaggevend in de belangenafweging zou moeten zijn, is niet gebleken.
Op grond van het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover daarbij is beslist dat het huurrecht van de woning toekomt aan de man.
6 De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 6 februari 2026, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en het de beslissing ten aanzien van het huurrecht van de woning aan de [adres] in [woonplaats] betreft.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Pieters, mr. C. Coster en mr. S. Rezel, bijgestaan door mr. I.I. Buitenhuis als griffier, en is op 15 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.