Strafprocesrecht
Zaak niet geëindigd zonder oplegging straf of maatregel. Ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 december 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:7965 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/beschikking/ecli-nl-gharl-2024-7965
Zaakgegevens
Op 24 december 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 24 december 2024
- Datum publicatie
- 24 december 2024
- Zaaknummer
- 00078-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:7965
Samenvatting
Zaak niet geëindigd zonder oplegging straf of maatregel. Ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging schadevergoedingsmaatregel. Verzoek niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000299-23
AV-nummer: 000778-24
Uitspraak d.d.: 24 december 2024
Beslissing van de meervoudige raadkamer op het verzoek ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
woonplaats kiezende [adres]
hierna te noemen verzoeker.
Procesgang
Verzoeker vraagt vergoeding uit 's Rijks kas voor gemaakte kosten in een strafzaak tegen verzoeker ten bedrage van 6.029,08, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven.
Daarnaast vraagt verzoeker een vergoeding voor de gemaakte kosten voor het indienen en de behandeling van het verzoekschrift.
Het hof heeft het verzoek behandeld in openbare raadkamer van 10 december 2024, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en mr. N. Brands, voornoemd.
Beoordeling van het verzoek
Vergoeding van gemaakte kosten en/of geleden schade op grond van artikel 530 Sv is mogelijk indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Bij onherroepelijk arrest van dit hof van 7 mei 2024 is de strafzaak tegen verzoeker, met parketnummer 21-000299-23, geëindigd. Bij dit arrest is verzoeker ontslagen van alle rechtsvervolging voor mishandeling omdat vanwege een tijdelijke ziekelijke stoornis van de geestesvermogens het bewezenverklaarde feit niet aan verzoeker kan worden toegerekend. Het hof heeft verder de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 500,- en daarbij de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opgelegd. Dit brengt mee dat de zaak niet is geëindigd in de zin van artikel 530 Sv. Het hof volgt niet hetgeen de advocaat in raadkamer naar voren heeft gebracht, erop neerkomende dat de hier opgelegde maatregel niet een strafrechtelijke reactie op het aan verzoeker gemaakte verwijt betreft, welke reactie zich niet tegen toewijzing van het verzoek verzet.
Het bovenstaande brengt mee dat verzoeker niet in zijn verzoek kan worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Aldus gegeven door
mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,
mr. P.W.J. Sekeris en mr. W. Geelhoed, raadsheren,
in tegenwoordigheid van E.J. Swart, griffier,
door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 24 december 2024 ter openbare zitting uitgesproken.