Strafprocesrecht
Aanvang en einde van de beroepstermijn. Artikel 6:9, tweede lid, Awb strekt er niet toe om de beroepstermijn…
ECLI:NL:GHARL:2018:5381 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2018-5381
Zaakgegevens
Op 12 juni 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 12 juni 2018
- Datum publicatie
- 12 juni 2018
- Zaaknummer
- WAHV 200.228.424
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:5381
Samenvatting
Aanvang en einde van de beroepstermijn. Artikel 6:9, tweede lid, Awb strekt er niet toe om de beroepstermijn met een week te verlengen, maar om de overschrijding van de beroepstermijn als gevolg van de verwerkingstijd door het postbedrijf niet voor rekening van de indiener te laten komen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
WAHV 200.228.424
12 juni 2018
CJIB 200876043
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 28 september 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
advocaat te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De gemachtigde van de betrokkene heeft desgevraagd nadere informatie toegezonden.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in verbinding met de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. Voorts bepaalt artikel 6:9 van de Awb dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, alsmede dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
2. Blijkens de gedingstukken is de bestreden beslissing op 12 oktober 2017 aan de gemachtigde van de betrokkene toegezonden. De beroepstermijn eindigde derhalve op
23 november 2017. Het beroepschrift, gedateerd 24 november 2017, is blijkens het daarop geplaatste stempel op 29 november 2017 ter griffie van de rechtbank ontvangen.
3. De gemachtigde is van mening dat hij tijdig beroep tegen de beslissing van de kantonrechter heeft aangetekend, omdat de dag van verzending niet mag worden meegerekend bij het berekenen van de beroepstermijn. Nu het beroepschrift is gedateerd
24 november 2017, derhalve de laatste dag van de beroepstermijn, is het beroep - gelet op het bepaalde in artikel 6:9, tweede lid, Awb - tijdig ingesteld.
4. Anders dan de gemachtigde van de betrokkene kennelijk meent, is de termijn van zes weken waarbinnen beroep moet worden ingesteld in de onderhavige zaak aangevangen op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. Derhalve is de termijn aangevangen op 13 oktober 2017. Uitgaande van die datum eindigde de termijn voor het instellen van hoger beroep op 23 november 2017. Artikel 6:9, tweede lid, Awb strekt er niet toe om de beroepstermijn van zes weken met een week te verlengen, maar om de overschrijding van de beroepstermijn van zes weken als gevolg van de doorgaans haalbare verwerkingstijd door het postbedrijf van een tijdig ter post bezorgd beroepschrift niet voor rekening van de indiener van het beroep te laten komen. De omstandigheid dat bij verzending per post het beroepschrift niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, is dan ook alleen relevant wanneer is komen vast te staan dat het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. Dat is hier – gelet op de datering van het beroepschrift, te weten 24 november 2017, dus buiten de termijn van zes weken - niet het geval.
5. Nu niet gebleken is dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit houdt in dat het hof niet kan toekomen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.