Strafprocesrecht

Snelheidsoverschrijding. De minimale meetafstand die op grond van de Instructie snelheidsoverschrijdingen en…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 september 2023

Zaakgegevens

Op 20 september 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
20 september 2023
Datum publicatie
20 september 2023
Zaaknummer
200.324.801/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:7900
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Snelheidsoverschrijding. De minimale meetafstand die op grond van de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers in acht moet worden genomen tussen het bord en de meetlocatie is hier niet van toepassing, omdat geen sprake is van het ingaan van een lagere maximumsnelheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.324.801/01

CJIB-nummer

: 249358469

Uitspraak d.d.

: 20 september 2023

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 15 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 338,- voor:

“32 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 mei 2022 om 09:04 uur op de Rijksweg A1 in Enter met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. Het hof stelt vast dat hetgeen namens de betrokkene in het hoger beroepschrift naar voren is gebracht omtrent de aanwezigheid van de A1-bebording ter plaatse, het ontbreken van schouwrapporten met betrekking tot de bebording en de ijking van boordsnelheidsmeter van het videovoertuig in de kern niet meer is dan een herhaling van hetgeen in het kader van de procedure van het beroep bij de kantonrechter naar voren is gebracht. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter op deze gronden op gemotiveerde en juiste wijze beslist. Nu de gemachtigde, een professioneel rechtsbijstandverlener, hiermee heeft volstaan en niet heeft aangegeven dat en waarom de kantonrechter een en ander niet juist heeft beoordeeld, gaat het hof hieraan voorbij en volstaat het hof met een verwijzing naar hetgeen de kantonrechter heeft geoordeeld. Dat de gemachtigde het kennelijk niet eens is met de beslissing van de kantonrechter, maakt dat niet anders.

3. De gemachtigde heeft er daarnaast op gewezen dat op grond van artikel 2.2. van de Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers (2022/002) (hierna: Instructie) een minimale afstand tussen het bord A1en de meetlocatie in acht moet worden genomen. Uit het dossier blijkt de exacte locatie van de A1-bebording niet, zodat niet kan worden vastgesteld of de voorgeschreven minimale afstand tussen het bord A1 en de start van de meting in acht is genomen. Dit betekent dat de sanctiebeschikking niet in stand kan blijven, aldus de gemachtigde.

4. Het zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:

“Gemeten (afgelezen) gemiddelde snelheid: 137.

Werkelijke (gecorrigeerde) gemiddelde snelheid: 132.

Toegestane snelheid: 100.

Overschrijding met: 32. (…)

Overtreden artikel: 62 jo. bord A1 RVV 1990.

Soort weg: autosnelweg (…)

5. In artikel 2.2 van deze Instructie is - voor zover relevant - bepaald dat bij een snelheid van 100 kilometer per uur de minimale afstand tussen de plaats waarop de lagere maximumsnelheid ingaat en de meetlocatie 280 meter moet zijn. In het onderhavige geval is deze minimale meetafstand echter niet van toepassing, gelet op het volgende.

6. Bij besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat van 19 december 2019 (kenmerk: RWS-2019/45657) is de maximumsnelheid op autosnelwegtrajecten waar voorheen de maximumsnelheid van 120 of 130 km/u gedurende het gehele etmaal gold, tussen 06.00 en 19.00 uur aangepast naar 100 km/uur. Het betreft een landelijk geldende maatregel. In het besluit is vastgelegd dat de snelheidsbeperking wordt aangeduid door middel van het plaatsen en verwijderen van verkeerstekens, namelijk borden A1 (met onderborden) van bijlage 1 van het RVV 1990. Dit besluit is in werking getreden op 20 maart 2020.

7. Het voertuig van de betrokkene reed op 11 mei 2022 om 09:04 uur op de autosnelweg A1, dus een tijdstip tussen 06.00 uur en 19.00 uur. Uit het voorgaande volgt dat op de gehele autosnelweg tussen 6.00 en 19.00 uur geen sprake is van een hogere maximumsnelheid dan 100 km/u. Nu er geen sprake is van het ingaan van een lagere maximumsnelheid, is de situatie als omschreven in artikel 2.2. van de Instructie niet aan de orde, zodat in dit geval niet relevant is wat de afstand tot de meetlocatie is na het passeren van het bord A1 100. De aangevoerde grond treft geen doel.

8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen met aanvulling van gronden. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter met aanvulling van gronden;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.