Strafprocesrecht

Snelheidsoverschrijding. Betwisting zonebebording A1. De ambtenaar was ter plaatse. De gemachtigde volstaat…

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
16 oktober 2023
Datum publicatie
16 oktober 2023
Zaaknummer
Wahv 200.324.798
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:8663
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Snelheidsoverschrijding. Betwisting zonebebording A1. De ambtenaar was ter plaatse. De gemachtigde volstaat in dit geval met het (slechts) kenbaar maken van de door de betrokkene gevolgde rijrichting en geeft, door het niet specificeren van de door de betrokkene afgelegde rijroute, geen onderbouwing aan de stelling dat de locatie van het bewuste bord A1 op de door de betrokkene gereden route ten opzichte van de locatie van de gedraging zodanig is dat in dit geval niet zonder meer kan worden aangenomen dat de ambtenaar de aanwezigheid en duidelijke zichtbaarheid van dit bord ten tijde van de snelheidscontrole heeft vastgesteld. Het hof gaat er derhalve vanuit dat de ambtenaar dit wel heeft gedaan.

Uitspraak

Inhoudsopgave

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.324.798/01

CJIB-nummer

: 243869062

Uitspraak d.d.

: 16 oktober 2023

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 15 februari 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 295,-
voor: “28 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 31 augustus 2021 om 09:16 uur op
de Ypeloweg in Enter met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene bestrijdt de aanwezigheid van het bord A1 ter plaatse. Ter zitting bij de kantonrechter heeft hij aangegeven dat op Google Map Street View is te zien dat het om een zonebord gaat. De rijrichting is daarbij tevens overgelegd: rijrichting Rijssen - Enterweg - Ypeloweg. In dat geval dient de officier van justitie schouwrapporten in te brengen van de betreffende bebording. De gemachtigde verwijst daartoe naar het arrest van het hof van 25 april 2022, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL: 2022:3198. Nu de officier van justitie dat heeft nagelaten is er geen bewijs voorhanden dat het bord er destijds heeft gestaan en dient de inleidende beschikking te worden vernietigd.

3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:

“De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeter.

Gemeten (afgelezen) snelheid: 91 .

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 88.

Toegestane snelheid: 60.

Overschrijding met: 28.

Merk/soort meetmiddel: Pro Laser.”

4. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de ambtenaar die de gedraging heeft vastgesteld zelf

ter plaatse was. Zoals het hof in het overzichtsarrest van 28 februari 2020, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:20202:1803, heeft overwogen mag in zo’n geval in het algemeen worden aangenomen dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de relevante bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar is. In het geval het om kom- en zonebebording gaat, kan echter tevens van belang zijn hoe de locatie van de (vermeende) gedraging is gelegen ten opzichte van de locatie van het bewuste bord, namelijk het kom- of zonebord op de route die de betrokkene heeft afgelegd, in het bijzonder of deze ligging zodanig is dat controle van de aanwezigheid van het bewuste bord door de ambtenaar voor de hand ligt en daarmee aannemelijk is. Zie het arrest van het hof van 8 mei 2023, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023: 3819.

5. De gemachtigde volstaat in dit geval met het (slechts) kenbaar maken van de door de betrokkene gevolgde rijrichting en geeft, door het niet specificeren van de door de betrokkene afgelegde rijroute, geen onderbouwing aan de stelling dat de locatie van het bewuste bord A1 op de door de betrokkene gereden route ten opzichte van de locatie van de gedraging zodanig is dat in dit geval niet zonder meer kan worden aangenomen dat de ambtenaar de aanwezigheid en duidelijke zichtbaarheid van dit bord ten tijde van de snelheidscontrole heeft vastgesteld. Het hof gaat er derhalve vanuit dat de ambtenaar dit wel heeft gedaan. De aangevoerde grond faalt.

6. Het voorgaande betekent dat de beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd.

7. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.