Strafprocesrecht
Zekerheid. In de situatie dat nog niet is vastgesteld dat de indiener van het beroepschrift als gemachtigde…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 oktober 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:6672 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2024-6672
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2024
- Datum publicatie
- 30 oktober 2024
- Zaaknummer
- Wahv 200.337.463/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:6672
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zekerheid. In de situatie dat nog niet is vastgesteld dat de indiener van het beroepschrift als gemachtigde optreedt van degene aan wie de sanctie is opgelegd dienen de zekerheidsbrieven niet (slechts) aan de betrokkene te worden gestuurd, maar (tevens) aan de pretense gemachtigde als indiener van het beroepschrift.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.337.463/01 |
|
CJIB-nummer |
: 248517742 |
|
Uitspraak d.d. |
: 30 oktober 2024 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2023, betreffende
H. Shukman, postadres houdende te Leiderdorp,
beweerdelijk optredend namens
[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Het verloop van de procedure
H. Shukman heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Daarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
H. Shukman heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om daarop te reageren.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. H. Shukman is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
De beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat niet (tijdig) zekerheid is gesteld.
2. Uit het dossier blijkt dat H. Shukman administratief beroep heeft ingesteld tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd. Dit beroep is door de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen machtiging was overgelegd waaruit bleek dat H. Shukman door de betrokkene was gemachtigd om namens haar beroep in te stellen en dit verzuim niet binnen de gestelde termijn was hersteld.
3. Het hof stelt vast dat H. Shukman - gezien de beslissing van de officier van justitie - degene is geweest die administratief beroep heeft ingesteld. Voor het instellen van beroep tegen de beslissing van de officier van justitie was hij dan ook (zelfstandig) beroepsgerechtigd, gelet op artikel 9, eerste lid, van de Wahv. Het hof beschouwt de beslissing van de kantonrechter in dit verband dan ook als een beslissing op het beroep van H. Shukman. Dit brengt mee dat hij ook (zelfstandig) beroepsgerechtigd is om bij het hof hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van de kantonrechter.
4. Artikel 11 van de Wahv verplicht de indiener van het beroepschrift om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De officier van justitie dient de indiener na de ontvangst van het beroepschrift te wijzen op deze verplichting.
5. Het dossier bevat kopieën van twee brieven van de officier van justitie van 17 april 2023 en 5 mei 2023, waarin aan de betrokkene mededeling is gedaan van de verplichting om zekerheid te stellen. Deze brieven zijn geadresseerd aan het adres van de betrokkene. Uit het dossier blijkt niet dat de zekerheidsbrieven (tevens) aan H. Shukman, zijnde de indiener van het beroepschrift, zijn gestuurd. Dit brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank.
6. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal meegedeeld dat is besloten om het bedrag van de sanctie met 25 procent te matigen wegens schending van de hoorplicht door de officier van justitie, te weten tot een bedrag van € 75,-. Deze beslissing betreft een beslissing als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht die strekt ter vervanging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.