Strafprocesrecht
APK-zaak. Het hof ziet aanleiding om eraan te twijfelen dat de betrokkene ten tijde van de constatering de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 april 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:2472 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-2472
Zaakgegevens
Op 23 april 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 23 april 2025
- Datum publicatie
- 23 april 2025
- Zaaknummer
- Wahv 200.342.841/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:2472
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
APK-zaak. Het hof ziet aanleiding om eraan te twijfelen dat de betrokkene ten tijde van de constatering de bestuurder van het voertuig was. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.342.841/01 |
|
CJIB-nummer |
: 253195276 |
|
Uitspraak d.d. |
: 23 april 2025 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 28 maart 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 300,-.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 400,- voor: “voor motorrijtuig of aanhangwagen met toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg is geen keuringsbewijs afgegeven”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 oktober 2022 om 17:35 uur op de Rijksweg Nz (N371) in Havelte met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft de sanctie gematigd tot een bedrag van € 300,- omdat de hoorplicht is geschonden door de officier van justitie.
2. De betrokkene voert aan dat hij niet de bestuurder van het voertuig was op het moment van de gedraging en ook niet de kentekenhouder is. Hij was ter plaatse om een schadeformulier te brengen, omdat een collega van hem, die het voertuig bestuurde, betrokken was geraakt bij een aanrijding. Na afhandeling door de politie is de trekker met aanhanger door de bestuurder, [naam1] , verplaatst naar het bedrijfsterrein van de kentekenhouder. De ambtenaar heeft de betrokkene ten onrechte staandegehouden en als bestuurder bestempeld. De betrokkene is gehoord door de ambtenaar, maar heeft de betrokkene niet geïnformeerd dat hij als bestuurder aangemerkt werd.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De trekker was niet vrijgesteld van de APK-plicht. De constructiesnelheid was 50 km per uur, dus meer dan 40 km per uur.
Verklaring betrokkene: Ik wist niet dat het voertuig gekeurd moest zijn.”
5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 21 oktober 2023. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende:
“Klager geeft aan dat hij niet de kentekenhouder is. Waar het hier om ging is dat de betrokkene het voertuig bestuurder op het moment van de staandehouding. Het proces-verbaal wordt dan ook opgemaakt tegen de bestuurder, en niet de tenaamgestelde.”
6. Het dossier bevat daarnaast een aanrijdingsformulier. Hierin wordt melding gemaakt van een aanrijding op 14 oktober 2022 om 16:30 op de Rijksweg in Havelte. Als bestuurder van voertuig B is vermeld [naam1] , die het formulier ook heeft ondertekend.
7. Het hof ziet in wat de betrokkene gedurende de gehele procedure vasthoudend en consistent heeft aangevoerd reden eraan te twijfelen dat de betrokkene de bestuurder van het voertuig was ten tijde van het vaststellen van de gedraging. De betrokkene heeft al in administratief beroep aangegeven dat hij niet de bestuurder van het voertuig was, maar ter plaatse was in verband met de afhandeling van een aanrijding waarbij een collega was betrokken. De betrokkene heeft verder een aanrijdingsformulier overgelegd, waaruit blijkt dat [naam1] het voertuig bestuurde ten tijde van de aanrijding om 16.30u. Dit laatste sluit weliswaar niet uit dat de betrokkene op het moment van de gedraging (een uur later) het voertuig bestuurde, maar gelet op wat de betrokkene aanvoert was een nadere toelichting van de ambtenaar hier op zijn plaats geweest. Het hof acht het in deze fase van de procedure niet meer aangewezen de advocaat-generaal alsnog te verzoeken om een verklaring van de ambtenaar. Bij deze stand van zaken kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Dit leidt tot de hierna vermelde beslissing.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.