4.3
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
(Voetnoot 1)
1) Verbalisant [verbalisant 1] heeft volgens een proces-verbaal aanrijding overtreding van 10 februari 2025
(Voetnoot 2)
het volgende geverbaliseerd, zakelijk weergegeven:
Locatie ongeval
Datum: 11 april 2024
Locatienaam: N331
Plaats: Marknesse
2) Verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben in een proces-verbaal Forensisch onderzoek Verkeer (hierna: FO Verkeer) van 11 april 2024
(Voetnoot 3)
het volgende geverbaliseerd, zakelijk weergegeven:
Wij zagen dat de N331 ter hoogte van het verkeersongeval was verdeeld in 2 rijstroken, die onderling gescheiden werden door een dubbele ononderbroken markering. Wij zagen dat de Marknesserweg, gezien vanuit de rijrichting van de Ford, ter hoogte van het verkeersongeval een flauwe bocht naar rechts vertoonde. De maximumsnelheid bedroeg ter plaatse 80 km/u.
De botsing vond zeer waarschijnlijk plaats met een snelheid rond de 92 km/u.
Scenario: bestuurder Ford
Het verkeersongeval vond (mede) plaats omdat:
De bestuurder van de Ford op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer reed.
Dit scenario is gezien de positie van de sporen in de berm en op de voertuigen het meest waarschijnlijke scenario.
2) Verdachte heeft tijdens de terechtzitting van 6 februari 2026 de volgende verklaring afgelegd, zakelijk weergegeven:
Doordat ik schrok van een spin was ik een kort ogenblik met mijn aandacht niet bij de weg. Ik stuurde daardoor niet voldoende om mee te gaan met de bocht. Daarna zag ik dat ik de doorgetrokken streep in het midden van de rijbaan overschreed. Ik zag dat [slachtoffer] was uitgeweken. Ik kon op dat moment niet meer remmen en niet meer sturen waarop ik hem raakte. Ik rij wekelijks, misschien wel dagelijks op deze weg. Daarom weet ik dat de toegestane maximumsnelheid 80 kilometer per uur is en je niet op de andere weghelft mag komen.
3) Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 20 april 2024
(Voetnoot 4)
volgt dat [getuige] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
Op 11 april 2024 reed ik in mijn auto over de Marknesserweg vanuit Marknesse richting Emmeloord. Tussen hectometerpaaltje 35.9 en 36.0 zag ik dat er een zwartkleurige bestelauto ruim één meter op mijn weghelft reed en wat slingerde. Deze bestelauto kwam uit de richting Emmeloord en reed in de richting van Marknesse. Ik zag de tekst ' [tekst] ' op de bestelauto staan. Ik zag dat het tijdstip 07.43 uur was. Ik begon naar de bestuurder in de bestelauto te seinen met het groot licht van mijn auto. Ik hield ook snelheid in om een aanrijding te voorkomen. Ik zag dat de bestuurder van de zwarte bestelauto daarop reageerde en snel met zijn voertuig terugstuurde naar zijn eigen weghelft.
4) Uit het proces-verbaal van verhoor getuige van 16 april 2024
(Voetnoot 5)
volgt dat [slachtoffer] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
Onderweg zag ik een zwarte bus de brug over komen. Ik zag dat hij over de dubbele doorgetrokken streep op mijn weghelft reed met twee wielen. Ik heb geschreeuwd en mijn claxon gebruikt. Ik zag dat hij nog steeds meer op mij af kwam rijden. Eerst was het busje een derde op mijn weghelft en daarna reed het busje helemaal op mijn weghelft. Ik heb het gas los gelaten en de berm in gestuurd. Daarna heb ik hard geremd. Daarna voelde ik een hele harde knal en lag ik ineens op de kop met de auto. Ik voelde direct daarna dat er iets drupte vanaf mijn rechteroog. Ik kon ook niks meer zien met dat oog. In het ziekenhuis heeft de plastische chirurg mijn oog gehecht.
5) Uit het geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een verzoek medische informatie ingevuld en ondertekend door een zorgverlener op 6 mei 2021
(Voetnoot 6)
blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende:
Uitwendig waargenomen letsel: laceratie ooglid rechts.
Datum onderzoek: 11.04.25.
Overig: operatie door plastisch chirurg aan de laceratie van het ooglid rechts.
Bewijsoverweging
De vraag die aan de rechtbank voorligt, is of verdachte zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Op grond van vaste jurisprudentie gaat het bij de vaststelling of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW om het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst van deze gedragingen en de overige omstandigheden van het geval. (Voetnoot 7) Vastgesteld dient te worden of verdachte verwijtbaar heeft gehandeld. Het gedrag van verdachte moet daarvoor worden afgemeten aan wat van een automobilist in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht.
Verdachte reed op 11 april 2024 in zijn bedrijfsbus op de Marknesserweg (N331). De N331 is een tweebaansweg waarover verkeer in tegenovergestelde richtingen rijdt. De rijstroken worden onderling gescheiden door een dubbele ononderbroken markering. De toegestane maximumsnelheid op deze weg is 80 km/u. De rechtbank leidt uit het Forensisch Onderzoek Verkeer het volgende af. Verdachte is, op de plaats waar de rijbaan gezien vanuit zijn rijrichting een flauwe bocht naar rechts maakte, over de ononderbroken markering gereden waardoor hij op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer terecht kwam en tussen hectometerpaal 35,6 en 35,7 in botsing is gekomen met het voertuig van [slachtoffer] . Als gevolg van deze botsing heeft [slachtoffer] een laceratie van het rechter ooglid opgelopen. Op het moment van de botsing reed verdachte met een snelheid van 90 tot 92 km/u. Verdachte reed daarmee harder dan de maximaal toegestane snelheid.
Naar het oordeel van de rechtbank was, anders dan de verdediging heeft betoogd, bij verdachte sprake van meer dan een momentane onoplettendheid. Verdachte is over een afstand van een paar honderd meter onoplettend geweest. Daarbij heeft hij op meer dan één moment de ononderbroken markering overschreden. Weggebruiker [getuige] heeft door te seinen de aandacht van verdachte getrokken waarna hij weer op de goede weghelft is gaan rijden. Kort daarop is verdachte nogmaals op de verkeerde weghelft terecht gekomen, met het ongeval tot gevolg.
Verder acht de rechtbank van belang dat wegen waarbij de rijbanen voor elkaar tegemoetkomend verkeer niet fysiek van elkaar zijn gescheiden, zoals op het bewuste deel van de N331/Marknesserweg, wegen zijn waarvan algemeen bekend is dat deze uit verkeerstechnisch oogpunt gevaarlijk zijn. Ter onderstreping hiervan waren de rijbanen op de plaats van het ongeval gescheiden door een dubbele doorgetrokken streep. Dit betekent dat er een inhaalverbod geldt. Daarbij gold een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur. Uit deze omstandigheden kan worden vastgesteld dat op de plaats van het ongeval bijzondere voorzichtigheid van de verkeersdeelnemers gevergd is.
Verdachte was bekend met de situatie ter plaatse. En dus ook met de bocht die hij daar moest nemen. Naar zijn zeggen was hij afgeleid door een grote spin in zijn gezichtsveld en heeft dit ervoor gezorgd dat hij op de verkeerde weghelft kwam. De rechtbank stelt vast dat hij over een langer traject meerdere malen op de verkeerde weghelft heeft gereden, en dat hij daarbij harder reed dan de toegestane maximum snelheid. Dit laatste vergroot de kans op een ongeval met ernstige gevolgen.
De voorgaande omstandigheden in samenhang bezien maken dat verdachte in aanzienlijke mate tekortgeschoten is in de voorzichtigheid die van bestuurders van personenauto’s mag worden verwacht en de op hem rustende zorgplicht om gevaarzettende situaties te voorkomen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit verkeersgedrag van verdachte aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig. Dit betekent dat sprake is van schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, zodat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
Zwaar lichamelijk letsel of tijdelijk verhindering bezigheden
De volgende vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet, is of het letsel van [slachtoffer] is aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.
Lichamelijk letsel is als zwaar te beschouwen wanneer dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Factoren die van belang zijn om uit te maken of het letsel als zwaar in de zin van de wet kan worden aangemerkt zijn de ernst van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.
[slachtoffer] heeft aan de politie verklaard dat hij door de aanrijding gewond is geraakt aan zijn rechteroog en dat hij daaraan direct bij aankomst in het ziekenhuis is geopereerd. Als gevolg van de operatie was de symmetrie in zijn gezicht veranderd waardoor een hersteloperatie noodzakelijk bleek. Het herstel van het weefsel rond zijn oog heeft een aantal maanden geduurd. Zijn gezichtsvermogen is niet aangetast. Zijn werk heeft hij na een paar weken weer kunnen oppakken, maar zijn nevenwerkzaamheid als reservist bij defensie heeft hij een aantal maanden niet kunnen uitoefenen.
In de schriftelijke verklaring, bij de schadevordering gevoegd, geeft [slachtoffer] aan dat het ooglid niet is hersteld, en dat er sprake is van een blijvend litteken ‘in het rechteroog’.
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] . Blijvende ontsierende littekens kunnen zwaar lichamelijk letsel opleveren, maar in dit geval is de informatie daarover te summier en niet specifiek genoeg: in hoeverre is het ooglid niet hersteld, wat voor litteken zit er in het rechteroog? Hoewel medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest, kan het letsel gelet ook op de aard en het verloop van het herstel niet worden aangemerkt als zwaar. Verdachte zal van dit deel van het tenlastegelegde worden vrijgesproken. De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] tijdelijk verhinderd is geweest in de uitoefening van zijn normale bezigheden.
Het oordeel over het letsel doet niets af aan de ernst van de impact die het ongeval op [slachtoffer] heeft gehad. Wel is het van belang voor de bewezenverklaring en voor de strafmaat, die bij zwaar lichamelijk letsel doorgaans hoger ligt dan bij letsel dat niet als zodanig kan worden gekwalificeerd.