Strafprocesrecht
Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Het Openbaar Ministerie heeft…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 mei 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:3742 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-3742
Zaakgegevens
Op 27 mei 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 27 mei 2025
- Datum publicatie
- 20 juni 2025
- Zaaknummer
- 21-002270-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:3742
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Het Openbaar Ministerie heeft vanwege het gewijzigde beleid van het Openbaar Ministerie met betrekking tot de vervolging in leerplichtzaken zoals gepubliceerd op 7 april 2025 gevorderd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging. Het hof ziet geen reden om in deze zaak tot een andersluidend oordeel te komen dan de advocaat-generaal.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002270-24
Uitspraak d.d.: 27 mei 2025
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 27 mei 2024 met parketnummer 08-310482-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
wonende te [woonplaats] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 mei 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
De kantonrechter heeft verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van
€ 500,00 subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis met een proeftijd van twee jaren wegens het als persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, de in artikel 2 van die wet opgelegde verplichting niet nakomen.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt dan de kantonrechter. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft per e-mail van 6 mei 2025 aan de raadsman en het hof laten weten dat hij zal verzoeken het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Dit vanwege het gewijzigde beleid van het Openbaar Ministerie met betrekking tot de vervolging in leerplichtzaken zoals gepubliceerd op 7 april 2025.
Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal inderdaad dienovereenkomstig gevorderd.
Het hof heeft op 8 mei 2025 per mail aan de raadsman laten weten dat het niet noodzakelijk is dat hij en/of verdachte verschijnen op de zitting van 27 mei 2025. Verdachte en haar raadsman zijn niet ter terechtzitting verschenen.
Het hof ziet geen reden om in deze zaak tot een andersluidend oordeel te komen dan de advocaat-generaal.
Het hof zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Aldus gewezen door
mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,
mr. M.L. van der Bel en mr. I.P.H.M. Severeijns, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 27 mei 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.