Strafprocesrecht
Vrijspraak winkeldiefstal. Tegenstrijdige processen-verbaal in dossier.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 februari 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:612 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-612
Zaakgegevens
Op 5 februari 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 5 februari 2025
- Datum publicatie
- 6 februari 2025
- Zaaknummer
- 21-003148-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:612
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak winkeldiefstal. Tegenstrijdige processen-verbaal in dossier.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003148-23
Uitspraak d.d.: 5 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 3 juli 2023 met parketnummer 18-026526-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. M.M. Scholten, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter heeft verdachte bij vonnis van 3 juli 2023, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld ter zake van het tenlastegelegde feit tot een gevangenisstraf voor de duur van één week, met aftrek van voorarrest.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 26 januari 2023 te [plaats] , gemeente [gemeente] parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [drogisterij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Vrijspraak
Zowel de advocaat-generaal als de raadsvrouw hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken.
Gezien de vele tegenstrijdigheden in het dossier, onder meer tussen de processen-verbaal van bevindingen waarin de camerabeelden worden beschreven, alsmede het ontbreken van de beschreven camerabeelden en het ontbreken van foto's waarin in processen-verbaal van bevindingen wordt verwezen waardoor het voor het hof niet mogelijk is om deze camerabeelden en foto's (zelf) te bekijken, is het hof van oordeel dat op basis van het thans onderliggende dossier met onvoldoende mate van zekerheid vast te stellen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gedragingen zoals tenlastegelegd.
Het hof zal verdachte derhalve vrijspreken van het tenlastegelegde feit.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. M.E. de Boer, voorzitter,
mr. F. van der Maden en mr. M.B. de Wit, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.M.J. Flach, griffier,
en op 5 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.