Strafprocesrecht
Vrijspraak van aanwezig hebben van cocaïne. Het hof oordeelt dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig…
ECLI:NL:GHARL:2026:3352 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-3352
Zaakgegevens
Op 27 mei 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 27 mei 2026
- Datum publicatie
- 28 mei 2026
- Zaaknummer
- 21-003786-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:3352
Samenvatting
Vrijspraak van aanwezig hebben van cocaïne. Het hof oordeelt dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig was, nu ten tijde van de aanhouding geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. Verdachte werd aangehouden uitsluitend op grond van een globaal signalement en het rijden in een auto van soortgelijk merk en type als de bij een pseudokoop betrokken bestuurder, zonder dat het kenteken was geregistreerd of andere specifieke schakels verdachte aan de pseudokoop koppelden. Het hof verbindt hieraan bewijsuitsluiting en spreekt verdachte vrij.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003786-25
Uitspraakdatum: 27 mei 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 5 september 2025 met parketnummer 18-170343-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B. Hartman, hebben aangevoerd.
Vonnis
Verdachte is bij vonnis van de politierechter van 5 september 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 april 2024, te [plaats] , opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2.09 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.
Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat ten tijde van de aanhouding van verdachte ten aanzien van hém sprake was van een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. Op 11 april 2024 werd, naar aanleiding van een aantal anonieme meldingen, door een opsporingsambtenaar een pseudokoop opgezet. Deze opsporingsambtenaar kwam rond 20:20 uur in contact met de bestuurder van een grijze Peugeot [type] . Het kenteken van de auto waarin de persoon reed waar de opsporingsambtenaar contact mee heeft, blijft in het dossier onvermeld. De opsporingsambtenaar omschrijft de bestuurder van deze auto als een negroïde man van rond de dertig jaar, met baardgroei. Op 11 april 2024 om 20:26 uur werd op enige rijafstand van de plaats waar genoemde opsporingsambtenaar de ontmoeting had met de bestuurder van de grijze Peugeot [type] de verdachte door de politie aangehouden. De verdachte bestuurde toen een grijze Peugeot [type] . De omstandigheid dat de verdachte kort na de (mislukte) pseudokoop werd aangetroffen in een auto van een soortgelijk merk en type en voldeed aan een algemeen signalement, is naar het oordeel van het hof – zonder nadere feitelijke onderbouwing of specifieke schakels die verdachte direct aan die pseudokoop koppelen – onvoldoende voor een rechtmatige aanhouding. Daarbij acht het hof het eerder benoemde ontbreken van een kentekenvermelding van belang, daarbij in aanmerking nemend dat de auto waarin de bestuurder die in verband met de pseudokoop werd gebracht reed een veelvoorkomend merk en type is. De vaststelling achteraf dat het fysiek mogelijk was om de betreffende afstand in de gegeven tijd te overbruggen, kan het gebrek aan een rechtmatige verdenking voorafgaand aan de aanhouding niet herstellen. Bij die stand van zaken concludeert het hof dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, hetgeen dient te leiden tot bewijsuitsluiting van de resultaten van het daaropvolgende onderzoek. Nu er overigens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, zal het hof verdachte daarvan vrijspreken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. A. Meester, mr. F. van der Maden en mr. J.F.C. Schnitzler, in aanwezigheid van de griffier mr. I.E. van Zalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 27 mei 2026.