Strafprocesrecht
Mensensmokkel. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, met verbetering van de bewijsmiddelen en een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 juni 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:3675 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-3675
Zaakgegevens
Op 5 juni 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 5 juni 2026
- Datum publicatie
- 8 juni 2026
- Zaaknummer
- 21-001700-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:3675
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mensensmokkel. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, met verbetering van de bewijsmiddelen en een aanvulling van de overweging omtrent de strafmotivering.
Procesgang
Rechtbank Noord-Nederland · 3 april 2024
ECLI:NL:RBNNE:2024:1271Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2026:3675
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001700-24
Uitspraakdatum: 5 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 3 april 2024 met parketnummer 18-224375-22 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats]
wonende te [adres]
Hoger beroep
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 mei 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. T. der Bedrosian, is aangevoerd.
Het vonnis
In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, meermalen gepleegd. De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank Noord-Nederland overwegend op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen met verbetering van de gronden, zoals hierna weergegeven. De verweren die in hoger beroep over de bewezenverklaring zijn gevoerd, zijn in de kern gelijk aan de verweren die in eerste aanleg naar voren zijn gebracht. De rechtbank heeft deze verweren gemotiveerd verworpen en het hof kan zich vinden in de motivering van de rechtbank. Het hof volstaat ermee de verweren te verwerpen met een verwijzing naar de motivering van de rechtbank. Verder zal het hof de gronden in het vonnis ten aanzien van de strafoplegging aanvullen in verband met hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht.
Verbetering van de bewijsmiddelen
Het hof zal de door de rechtbank toegepaste bewijsmiddelen verbeteren. Van het onder 1 genoemde bewijsmiddel zal het hof de laatste zinnen verwijderen. Het onder 1 genoemde bewijsmiddel luidt na deze wijziging als volgt:
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aanhouding d.d. 3 september 2022, opgenomen op pagina 23 e.v. van het dossier van de [Koninklijke Marechaussee] , met nummer [nummer] , d.d. 15 december 2022, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op zaterdag 3 september 2022, omstreeks 19:45 uur, zagen wij een personenauto voorzien van [kenteken] , de Duits-Nederlandse grens passeren over de provinciale weg N366, [weg] , ter hoogte van [plaats] . Wij hebben de inzittenden van dit voertuig gecontroleerd op identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie. De bestuurder overhandigde een Duits rijbewijs en een Duitse Aufenthaltstitel voorzien van goedgelijkende foto op naam van: [verdachte] . De overige twee inzittenden konden geen document, waaruit hun identiteit bleek, tonen.
Aanvulling van de overwegingen omtrent de strafoplegging
Op de zitting van het hof is door de verdediging verzocht de straf te matigen in die zin dat de straf het voorarrest niet zal overschrijden. Daartoe is aangevoerd dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, dat van medeplegen geen sprake is, dat verdachte niet betaald heeft gekregen en dat hij een vergunning had voor personenvervoer. Wat betreft de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte kostwinner is en verantwoordelijk is voor zijn gezin.
Het hof overweegt dat de rechtbank heeft gelet op de straffen die door rechters voor soortgelijke feiten worden opgelegd, zoals opgenomen in de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Daarin is een uitgangpunt van 3 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf per gesmokkelde persoon opgenomen.
Het hof ziet, net als de rechtbank, in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd geen reden om af te wijken van de geformuleerde uitgangspunten. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen om daar toe te lichten wat zijn drijfveren zijn geweest en er is ook verder niet gebleken van persoonlijke omstandigheden die een afwijking van de uitgangspunten rechtvaardigen. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, ook voor zover het ziet op de hoogte van de straf.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. A.H. toe Laer, mr. Z.J. Oosting en mr. E.W. van Weringh, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes – de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 5 juni 2026.