Strafrecht overig
Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beklag, nu geenszins is gebleken dat door of namens de…
ECLI:NL:GHARL:2016:6707 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 augustus 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-gharl-2016-6707
Zaakgegevens
Op 19 augustus 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2016
- Datum publicatie
- 22 augustus 2016
- Zaaknummer
- K16/0502
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2016:6707
Samenvatting
Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beklag, nu geenszins is gebleken dat door of namens de officier van justitie een (al dan niet voorwaardelijke) sepotbeslissing is genomen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
K16/0502
Beschikking
inzake
[klaagster] ,
wonende te [woonplaats]
klaagster
bijgestaan door mr. S.M. Diekstra, advocaat te Leiden
tegen
[beklaagde] .
beklaagde.
Op 25 februari 2016 is ter griffie van het hof een klaagschrift binnengekomen van klaagster.
Het hof heeft kennisgenomen van het schriftelijk verslag van de advocaat-generaal d.d.
6 juli 2016 en de overige op deze zaak betrekking hebbende stukken.
Het beklag
Bij brief van 24 februari 2016 is door de gemachtigde van klaagster verzocht om kennisneming van het dossier. Voorts is verzocht vervolging in te stellen ter zake van het overlijden van de zoon van klaagster – te weten [zoon klaagster] – , teneinde onderzoekshandelingen te verrichten bij de rechter-commissaris als bedoeld in artikel 181 van het Wetboek van Strafvordering.
Op 21 juli 2015 is [zoon klaagster] geboren op [geboortedatum] – de zoon van klaagster – overleden. Namens klaagster is aangevoerd dat uit alle beschikbare informatie omtrent het overlijden van haar zoon op 21 juli 2015 geenszins is gebleken dat is uitgesloten dat een derde in strafrechtelijke zin schuld heeft gehad aan zijn overlijden, zodat nader onderzoek dient te worden verricht.
De beoordeling van het beklag
Ontvankelijkheid van het beklag
Artikel 12, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering houdt het volgende in.
“Wordt een strafbaar feit niet vervolgd, de vervolging niet voortgezet, of vindt de vervolging plaats door het uitvaardigen van een strafbeschikking, dan kan de rechtsreeks belanghebbende daarover schriftelijk beklag doen hij het gerechtshof, binnen het rechtsgebied waarvan de beslissing tot niet verdere vervolging is genomen, dan wel de strafbeschikking is uitgevaardigd. (…)”
Op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering kan enkel beklag worden ingesteld ter zake van een beslissing van de officier van justitie strekkende tot niet verdere vervolging of vervolging door middel van het uitvaardigen van een strafbeschikking.
Op basis van de stukken in het dossier is geenszins gebleken dat door of namens de officier van justitie een dergelijke (al dan niet voorwaardelijke) sepotbeslissing is genomen. Voorts heeft de gemachtigde van klaagster geen stukken ingebracht die aanleiding geven aan te nemen dat sprake is van een eventuele fictieve weigering.
Het hof is zodoende van oordeel dat hoewel het schrijven van de gemachtigde van klaagster de vorm heeft van een klaagschrift ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, klaagster niet in haar beklag kan worden ontvangen, gelet op hetgeen hierboven is overwogen, zodat zij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Uit het voorgaande volgt dat het beklag niet-ontvankelijk is. Daarom kan een verhoor van betrokkenen achterwege blijven. Er wordt beslist als volgt.
Beslissing
Het hof:
Verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beklag.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.A.M. Bakker, voorzitter,
mr. J.P. Bordes en mr. B.F.A. van der Krabben, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. F.A.A.M. van der Veen, griffier,
op 19 augustus 2016 en ondertekend door de voorzitter en de griffier.