Strafrecht overig

Ontneming na veroordeling voor witwassen. Bevestiging vonnis rechtbank

Zaakgegevens

Op 23 maart 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
23 maart 2016
Datum publicatie
23 maart 2016
Zaaknummer
21-004911-13
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:2380
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ontneming na veroordeling voor witwassen. Bevestiging vonnis rechtbank

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 maart 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:GHARL:2016:2380

  2. Conclusie A-G · 27 juni 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:944
  3. Hoge Raad · 26 september 2017

    ECLI:NL:HR:2017:2463

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004911-13

Uitspraak d.d.: 23 maart 2016

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland van 23 april 2013 met parketnummer 05-701604-11 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [1961] ,

wonende te [woonplaats] (Turkije), [adres] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Het hoger beroep

De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 1 april 2015 en 9 maart 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof de omvang en de betalingsverplichting van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal vaststellen op € 80.500. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens veroordeelde door zijn raadsvrouw, mr. P.M. Breukink, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis waarvan beroep met overneming van de gronden behoort te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. R. de Groot, voorzitter,

mr. G. Dam en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.W. Jansink, griffier,

en op 23 maart 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Van Gorkom is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Proces-verbaal terechtzitting

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 23 maart 2016.

Tegenwoordig:

mr. A.H. Garos, voorzitter,

mr. M. van Leent, advocaat-generaal,

mr. T. Faber, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De veroordeelde

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [1961] ,

wonende te [woonplaats] (Turkije), [adres] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.