Strafrecht overig

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering i.v.m. geen veroordeling in de strafzaak…

Zaakgegevens

Op 17 juni 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
17 juni 2026
Datum publicatie
17 juni 2026
Zaaknummer
21-004133-19
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:3992
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering i.v.m. geen veroordeling in de strafzaak. Samenhang met: 21-004132-19, 21-004074-19, 21-004075-19, 21-004129-19.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004133-19

Uitspraakdatum: 17 juni 2026

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel van 18 juli 2019 met parketnummer 08-950638-13 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen het de beslissing van de rechtbank Overijssel.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 20 mei 2026 (inhoudelijke behandeling) en 3 juni 2026 (sluiting onderzoek) en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat betrokkene en zijn raadsman, mr. W.H. Jebbink, hebben aangevoerd.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De oorspronkelijke schriftelijke vordering strekt tot schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 172.040,-. De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 86.020,- en de betalingsverplichting gesteld op datzelfde bedrag. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof beslist conform de beslissing van de rechtbank.

Het hof heeft bij arrest van heden het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van het onder 1 en 2 impliciet subsidiair tenlastegelegde en betrokkene vrijgesproken van het onder 2 impliciet primair tenlastegelegde. Gelet hierop verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Corthals, mr. A. van Maanen en mr. G. Dam, in aanwezigheid van de griffier mr. R.W.P. Soons en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 juni 2026.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 17 juni 2026.

Tegenwoordig:

mr. T. Bertens, voorzitter,

mr. A. Lodder, advocaat-generaal,

mr. S.J.H. Salvino, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.