Belastingrecht

Art. 6:5, 6:6 en 8:55 Awb; Gronden niet aangevoerd; Verzet niet-ontvankelijk.

Gerechtshof Den Haag, 17 september 2025

Zaakgegevens

Op 17 september 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2025
Datum publicatie
8 december 2025
Zaaknummer
BK-24/1078
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:2598
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 6:5, 6:6 en 8:55 Awb; Gronden niet aangevoerd; Verzet niet-ontvankelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-24/1078

Uitspraak van 17 september 2025

op het verzet van [X] te [Z] tegen na te noemen uitspraak.

Uitspraak en verzet

1.1.

Belanghebbende is in verzet gekomen tegen de uitspraak na vereenvoudigde behandeling van de enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van 4 maart 2025.

1.2.

Het verzet is mondeling behandeld ter zitting van het Gerechtshof van 7 augustus 2025, gehouden te Den Haag. Belanghebbende is niet verschenen. Belanghebbende is via het systeem Digitale Toegang (het webportaal) op 23 juni 2025, om 13:42 uur, onder vermelding van plaats, datum en tijdstip uitgenodigd de zitting bij te wonen. Het Hof heeft belanghebbende op diezelfde datum, om 13:52 uur, door middel van een e-mailnotificatie, gestuurd naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres ‘ [e-mailadres] ’, geïnformeerd dat een bericht in het webportaal is geplaatst.

Feiten

2.1.

Belanghebbende heeft op 31 december 2024 om 10:48 uur via het webportaal pro forma hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank. Het pro forma hogerberoepschrift vermeldt:

“Bij deze wil ik hoger beroep instellen tegen de uitspraak van de Rechtbank den Haag m.b.t. zaaknummer SGR 23/5456. Graag wordt ik in de gelegenheid gesteld het hoger beroep nader aan te vullen met de gronden daarvan.”

2.2.

Belanghebbende is, via een bericht via het webportaal op 31 december 2024 om 15:23 uur, gewezen op het feit dat de gronden van het hoger beroep en de bestreden uitspraak van de rechtbank ontbreken en is bij die gelegenheid uitgenodigd dit verzuim uiterlijk op 28 januari 2025 te herstellen. De tekst van het bericht luidt als volgt:

“U heeft hoger beroep ingesteld. Dit beroep voldoet niet aan de hierna opgenomen vereisten. U heeft verzuimd:

- de gronden van het hoger beroep te vermelden; u dient te vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak van de rechtbank;

- de bestreden uitspraak van de rechtbank in te dienen;

Ik geef u de mogelijkheid het verzuim uiterlijk 28 januari 2025 te herstellen.

Als u van deze mogelijkheid geen gebruik maakt, kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het gerechtshof uw hoger beroep niet (inhoudelijk) in behandeling neemt. Er volgt dan een uitspraak, waartegen u bij het gerechtshof in verzet kunt komen.”

2.3.

De verzendadministratie van het Hof bevat ten aanzien van de aan belanghebbende verzonden uitnodiging om zijn verzuim te herstellen, genaamd ‘BERICHT uitnodiging herstel verzuim (gronden + uitspraak) B2610_AWB_24_1078’, de volgende informatie:

“2024-12-31 15:27:07.684 Email afgeleverd aan de SMTP server. Onderwerp: Nieuw bericht in zaak BK-SGR 24/1078 Geadresseerde(n): [e-mailadres] ”

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling

3. Het Hof heeft in de uitspraak het navolgende overwogen:

“Het hogerberoepschrift bevat niet de gronden van het hoger beroep.

Belanghebbende is door middel van een bericht, verzonden via het webportaal ‘Mijn

Rechtspraak’ op 31 december 2024 om 15.27 uur, op het verzuim gewezen en is bij die gelegenheid uitgenodigd dit uiterlijk op 28 januari 2025 te herstellen. Belanghebbende heeft aan deze uitnodiging binnen de gestelde termijn geen gevolg gegeven.

Nu het hogerberoepschrift niet aan de eisen van de wet voldoet en belanghebbende niet binnen de gestelde termijn het verzuim heeft hersteld, is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet behoort te worden ontvangen in het hoger beroep.

Deze uitspraak is gegeven op grond van de artikelen 6:5, 6:6, 6:24, 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.”

Standpunt belanghebbende

4. Belanghebbende heeft in verzet (ingekomen op 15 april 2025 en aangevuld op 20 mei 2025) de volgende gronden, voor zover in verzet van belang, ingediend:

“(…)

Op 31 december 2024 is door mij tijdig hoger beroep ingesteld tegen een eerdere de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 november 2024. Vervolgens ben ik bij brief geïnformeerd dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard wegens het uitblijven van de gronden van het hoger beroep binnen de door het gerechtshof gestelde termijn.

Echter, door mij is nimmer een bericht ontvangen met het verzoek om de gronden van het hoger beroep alsnog in te dienen en daarmee eventueel ontstane verzuimen te herstellen.

Daar ik gegronde bezwaren heb tegen het vonnis van de rechtbank vind ik het gewenst dat deze door het hof in volle omvang worden beoordeeld. Een niet-ontvankelijkverklaring op formele gronden acht ik derhalve in strijd met ex artikel 6 EVRM. Bovendien is er geen sprake van opzettelijke vertraging of misbruik van procesrecht. Ik verzoek het hof dan ook om het verzet gegrond te verklaren en het hoger beroep alsnog inhoudelijk in behandeling te nemen

(…)”

Beoordeling van het verzet

5.1.

Het hogerberoepschrift dient ingevolge artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het hoger beroep is gericht en de gronden van het hoger beroep te bevatten. Aangezien de gronden van het hoger beroep niet in het (pro-forma)hogerberoepschrift zijn vermeld, is belanghebbende ingevolge artikel 6:6, onderdeel a, Awb, in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

5.2.

Nu belanghebbende de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn heeft ingediend, voldoet het (pro-forma)hogerberoepschrift niet aan de wettelijke vereisten en dient het hoger beroep in beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard.

5.3.

Onder bepaalde omstandigheden is de niet tijdige indiening van de gronden van het hoger beroep verschoonbaar. Belanghebbende dient daarvoor feiten en omstandigheden aan te voeren op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest. Belanghebbende stelt dat hij het bericht met de uitnodiging tot het herstel van het verzuim niet heeft ontvangen.

5.4.

Blijkens de bij de onder 2.3 bedoelde uitnodiging opgeslagen metadata in de digitale postkamer van het Hof is het bericht op 31 december 2025, 15:23 uur, verzonden via het webportaal Mijn Rechtspraak. Diezelfde dag om 15:27 is volgens de verzendadministratie van het Hof een kennisgeving per e-mailbericht met het opschrift ‘Nieuw bericht in zaak BK-SGR 24/1078’ verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven e-mailadres, te weten [e-mailadres] . Gelet hierop, is belanghebbende naar het oordeel van het Hof op een juiste wijze uitgenodigd het verzuim te herstellen. Belanghebbendes stelling faalt derhalve.

5.5.

Deze uitspraak is gegeven op grond van de artikelen 6:5, 6:6 en 8:55 Awb.

Proceskosten

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Awb.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is vastgesteld door H.A.J. Kroon, E.P.A. Brakeboer en R.M. Hermans, in tegenwoordigheid van de griffier T. van Hout.

De griffier, de voorzitter,

T. van Hout H.A.J. Kroon

De beslissing is op 17 september 2025 in het openbaar uitgesproken.

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. - de naam en het adres van de indiener;

b. - de dagtekening;

c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. - de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.