Personen- en familierecht
Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Man overleden tijdens de procedure in hoger beroep…
Gerechtshof Den Haag, 13 november 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:3112 · Gerechtshof Den Haag · 13 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2018-3112
Zaakgegevens
Op 13 november 2018 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 november 2018
- Datum publicatie
- 15 november 2018
- Zaaknummer
- 200.168.061/02
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.B van de Bunt te Den Haag, mr. L.J.W. Govers te Zoetermeer
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3112
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Man overleden tijdens de procedure in hoger beroep. Procedure van rechtswege geschorst. De man was na de scheiding opnieuw gehuwd. Onduidelijk wie de erfgenamen van de man zijn. Hof bepaalt dat de erfgenamen een verklaring van erfrecht in het geding moeten brengen alsmede zich moeten uitlaten over de vraag of zij de procedure willen voortzetten.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.168.061/02
Zaak- rolnummer rechtbank : C/09/411258/ HA ZA 12-90
arrest van 13 november 2018
inzake
De erfgename(n) van [de man] ,
met laatste woonplaats te [woonplaats] ,
appellante(n), tevens incidenteel geïntimeerde(n),
hierna te noemen: de erfgename(n),
advocaat: mr. G.B. van de Bunt te Den Haag,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te Rijswijk,
geïntimeerde tevens incidenteel appellante,
hierna te noemen: geïntimeerde,
advocaat: mr. L.J.W. Govers te Zoetermeer.
Het verdere verloop van het geding
Het hof verwijst naar zijn arrest van 12 mei 2015 met zaaknummer 200.168.061/01.
Op 26 januari 2016 heeft er een comparitie van partijen plaatsgevonden. Deze comparitie heeft niet tot enig resultaat geleid.
De zaak is vervolgens, bij gebreke van instructie van partijen, geroyeerd op 12 april 2016.
De zaak is hervat met een memorie van grieven op 25 april 2017, onder zaaknummer 200.168.061/02. In de memorie van grieven zijn drie grieven geformuleerd.
Bij memorie van antwoord tevens voorwaardelijke memorie van grieven in incidenteel appel heeft geïntimeerde de ontvankelijkheid van het appel aan de orde gesteld, de grieven weersproken en voorwaardelijk een incidentele grief geformuleerd.
De erfgename(n) hebben gediend voor memorie van antwoord in het voorwaardelijke incidentele appel.
De ontvankelijkheid
Geïntimeerde stelt dat de erven van erflater niet in het onderhavige appel kunnen worden ontvangen aangezien het hier betreft een afwikkeling van een huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding van geïntimeerde en erflater.
Uit de procestukken volgt dat erflater vier keer getrouwd is geweest. Geïntimeerde is zijn derde echtgenote en [volgt naam] is zijn vierde echtgenote. Het hof kan echter niet vaststellen of [volgt naam] (de enige) erfgenaam is van erflater aangezien het hof niet beschikt over een verklaring van erfrecht.
Het hof overweegt als volgt. Erflater is tijdig van het bestreden vonnis in hoger beroep gekomen. Het feit dat erflater is overleden brengt met zich mede dat de procedure van rechtswege is geschorst om de erfgenamen in de gelegenheid te stellen om de procedure voort te zetten. Het verweer van geïntimeerde dat de erfgenaam of erfgenamen niet-ontvankelijk zijn treft dus op zichzelf geen doel, maar of appelanten ontvankelijk zijn is afhankelijk van de vraag wie de erfgenaam of erfgenamen zijn van erflater.
Wie zijn erfgenamen?
Het hof overweegt als volgt. Op basis van de gegevens die zijn vermeld in de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel kan het hof niet vaststellen wie de erfgenamen zijn van erflater. Het hof heeft niet in het procesdossier aangetroffen een verklaring van erfrecht. Mede bezien het feit dat erflater vier keer getrouwd is geweest en er mogelijk ook kinderen uit een van deze relaties zijn geboren is het relevant dat een verklaring van erfrecht in het geding wordt gebracht aan de hand waarvan kan worden vastgesteld wie erfgenaam danwel erfgenamen van erflater zijn.
Het hof verzoekt de erfgename(n) een verklaring van erfrecht in het geding te brengen van erflater alsmede dienen de erfgename(n) zich uit te laten of zij de procedure wensen voort te zetten.
Vervolgens wordt aan geïntimeerde de gelegenheid gegeven om hierop te reageren.
Beslissing
Het hof:
bepaalt dat de erfgename(n) ter rolzitting van 1 december 2018 bij akte in het geding brengen de verklaring van erfrecht met betrekking tot erflater alsmede dienen de erfgename(n) zich allen uit te laten of zij de procedure wensen voort te zetten;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.N. Labohm, A.H.N. Stollenwerck en R.L.M.C. Janssen, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.