Strafrecht overig

Beschikking voorlopige hechtenis 1 zie ook ECLI:NL:GHDHA:2014:2588

Gerechtshof Den Haag, 4 augustus 2014

Zaakgegevens

Op 4 augustus 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
4 augustus 2014
Datum publicatie
4 augustus 2014
Zaaknummer
703814
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2014:2587
E-mail

Samenvatting

Beschikking voorlopige hechtenis 1

zie ook ECLI:NL:GHDHA:2014:2588

Uitspraak

RAADKAMER

Gerechtshof Den Haag

Parketnummer: 09-767038-14

Voorlopige hechtenis

Gezien de akte van de griffier van de rechtbank Den Haag van 14 juli 2014 waarbij door

Naam

[verdachte]

Geboren

[geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]

Thans verblijvende in

[detentieadres]

hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking d.d. 9 juli 2014 van de rechtbank Den Haag

houdende bevel tot gevangenhouding t.a.v. feit 1.

Gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouwe, mr. M. Buruma.

Door de verdediging is in raadkamer verzocht tot opheffing dan wel schorsing van het bevel tot gevangenhouding ter zake van feit 1. Naar het oordeel van het hof blijkt evenwel uit feiten en omstandigheden – zoals deze tijdens het voorbereidend onderzoek en het onderzoek in raadkamer naar voren zijn gekomen – van ernstige bezwaren tegen de verdachte, hieronder mede begrepen het versturen en plaatsen van berichten op sociale media met als doel een ander te bewegen zich bij een gewapende strijd te voegen, inhoudende dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1, 2 en 3, zoals vermeld in de vordering tot gevangenhouding d.d. 9 juli 2014. Gelet op het voorgaande moet tevens ernstig rekening worden gehouden met de omstandigheid dat de verdachte een misdrijf zal begaan, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en/of waardoor de veiligheid of de gezondheid van personen in gevaar kan worden gebracht, zodat een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid de voortduring van vrijheidsbeneming van de verdachte vordert.

Het voorgaande leidt het hof tot de conclusie dat de bezwaren en de grond, die tot het bevel tot bewaring van de verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan, zodat het primaire verzoek van de verdediging wordt afgewezen. Voorts is het hof van oordeel dat de door de verdediging aangevoerde redenen ter zake van het subsidiaire verzoek van onvoldoende gewicht zijn om - bezien in relatie tot de ernst van het feit waarvan verdenking bestaat – schorsing van het bevel tot gevangenhouding te rechtvaardigen.

Gezien de beschikking waarvan beroep.

Overwegende, dat het hof zich grotendeels verenigt met de bestreden beschikking en de gronden, waarop deze berust.

Beschikkende:

Bevestigt de beschikking waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gedaan op 4 augustus 2014

door mr. B. van Walderveen, voorzitter, mr. J.J.I. Verburg en mr. H.A. van Brummen, raadsheren, in tegenwoordigheid van E. Looye - van Tol en mr. R.T. Poort, griffiers, en door de voorzitter en griffiers ondertekend.

……………………………………………… ………………………………………………

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verzoeker.

Den Haag, 4 augustus 2014

De advocaat-generaal,