Belastingrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 8 februari 2002
ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9274 · Gerechtshof Leeuwarden · 8 februari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ghlee-2002-ad9274
Zaakgegevens
Op 8 februari 2002 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- BK 1124/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9274
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 1124/01 8 februari 2002
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, tweede enkelvoudige belastingkamer, op het verzet namens X BV te Z tegen de uitspraak van de eerste enkelvoudige belastingkamer van 11 januari 2002.
De belastingkamer heeft voormelde uitspraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid grote ondernemingen van de belastingdienst te Haren (hierna: het hoofd), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de haar opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het jaar 1999 met aanslagnummer 000000000000000.
Ingevolge de artikelen 26, eerste lid en 26c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van het hoofd, binnen zes weken na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij de rechter tot wiens rechtsgebied de standplaats van het hoofd behoort.
Vaststaat dat de uitspraak van het hoofd is gedagtekend 5 november 2001 en het beroepschrift ter post is bezorgd op 18 december 2001, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van die uitspraak.
Op grond van die omstandigheid is belanghebbende bij voormelde uitspraak niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep.
Tegen die uitspraak is de gemachtigde van belanghebbende tijdig in verzet gekomen bij een verzetschrift dat is ingekomen op 21 januari 2002.
De gemachtigde van belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
De gemachtigde van belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat hij te laat het beroepschrift heeft ingediend wegens ziekte van zijn vrouw en dat daardoor een aantal zaken zijn blijven liggen.
Het hof is van oordeel dat de in verzet aangevoerde omstandigheden die tot vertraging bij de indiening van het beroepschrift hebben geleid, niet belanghebbende zelf betreffen, zodat daarin geen grond kan worden gevonden te oordelen dat belanghebbende redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.
Op grond van het vorenstaande dient als volgt te worden beslist:
Het hof verklaart het verzet ongegrond.
Gedaan op 8 februari 2002 door mr. Pruiksma, vice-president, lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier Lorist en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Op 13 februari 2002 afschrift
aangetekend verzonden aan beide
partijen.
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.