Belastingrecht
De belanghebbende is het niet eens met deze correctie. Volgens haar moet het inkomen overeenkomstig de haar…
Gerechtshof Leeuwarden, 9 september 2004
ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2660 · Gerechtshof Leeuwarden · 9 september 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ghlee-2004-ar2660
Zaakgegevens
Op 9 september 2004 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 september 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- BK 175/04 Inkomstenbelasting
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2004:AR2660
Samenvatting
De belanghebbende is het niet eens met deze correctie. Volgens haar moet het inkomen overeenkomstig de haar uitgereikte inkomensverklaring d.d. 6 oktober 2003 worden vastgesteld.
Zij beroept zich daarbij op het vertrouwensbeginsel.
Uitspraak
BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Kenmerk: 04/00175 9 september 2004
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van
X te Z (: de belanghebbende)
tegen de uitspraak van
het hoofd van het managementteam belastingdienst/Noord/kantoor Leeuwarden (: de inspec-teur),
gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de haar opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002.
1. De procesgang
1.1 De belanghebbende is tijdig in beroep gekomen van een op haar bezwaarschrift gegeven uitspraak d.d. 9 januari 2004.
1.2 Het verweerschrift van de inspecteur is op 31 maart 2004 bij het hof binnengekomen.
1.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 juni 2004, alwaar is verschenen de inspecteur. De belanghebbende is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
1.4. Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet
de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.
2. De feiten
2.1 De belanghebbende heeft terzake van het jaar 2002 een belastbaar
inkomen uit werk en woning aangegeven van € 16.496,--.
1.2 De inspecteur heeft dit inkomen gecorrigeerd door bijtelling van
€ 9.213,-- ter zake van niet aangegeven ontvangen loon.
3.3. De concrete bijtelling wordt niet door de belanghebbende betwist.
3. Het geschil
3.1 De belanghebbende is het niet eens met deze correctie. Volgens haar moet het inkomen overeenkomstig de haar uitgereikte inkomensverklaring d.d. 6 oktober 2003 worden vastgesteld.
Zij beroept zich daarbij op het vertrouwensbeginsel.
3.2 De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
3. De overwegingen
3.1 In de inkomstenverklaring valt als verklaring van de inspecteur te lezen: Over genoemd jaar (2002) is nog geen aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. De gegevens zijn overgenomen uit het aangiftebiljet.
3.2 Gelet op die verklaring kan aan de inkomstenverklaring niet een in rechte te beschermen vertrouwen worden ontleend. Zulks brengt met zich mee dat het beroep ongegrond is.
4. De proceskosten.
Voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht acht het hof geen termen aanwezig.
5. De beslissing.
Het hof:
verklaart het beroep ongegrond.
Gedaan door Prof. mr Aardema, vice-president, voorzitter, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de heer Haarsma als griffier en in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden op 9 september 2004 door de voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De voorzitter,
M.Haarsma Prof. mr E. Aardema
Op 22 september 2004 afschrift
aangetekend verzonden aan beide partijen.