Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 31 oktober 2001
ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8128 · Gerechtshof Leeuwarden · 31 oktober 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2001-ad8128
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2001 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2001
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 01-00201
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8128
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 01/00201
31 oktober 2001
CJIB 35899751
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te 's-Gravenhage
van 12 maart 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl. 180,00 opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 28 juni 2000 op de kruising Pr. Bernhardlaan / Sint Martinuslaan in de gemeente Voorburg.
3.2. De betrokkene betwist in zijn beroepschrift niet, dat hij de gedraging heeft verricht. Wel is hij van oordeel, dat de opgelegde administratieve sanctie in het onderhavige geval zou moeten worden herzien, nu sprake is van bijzondere omstandigheden. De betrokkene voert daartoe aan - zakelijk weergegeven -, dat op de avond waarop de gedraging werd verricht, hij net te horen had gekregen dat er een familielid die was opgenomen in het (naam-)ziekenhuis met spoed naar de hartbewaking was overgebracht. Bij voornoemd familielid zou sprake zijn van een hartinfarct met meerdere complicaties, en het leek dan ook een aflopende zaak te zijn. Dit is er de reden van geweest, dat de betrokkene zich direct en met spoed naar het ziekenhuis heeft begeven, op de weg waar naar toe hij (onder meer) de onderhavige gedraging heeft verricht.
3.3. Uitgaande van de juistheid van de door de betrokkene in zijn beroepschrift aangevoerde omstandigheden, overweegt het hof omtrent dit verweer het navolgende.
3.4. Het hof is van oordeel, dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden niet van dien aard zijn, dat zij het opleggen van de bewuste administratieve sanctie niet billijken noch dat de sanctie had behoren te worden gematigd. De - in het onderhavige geval van toepassing zijnde - bepaling van artikel 68 RVV 1990 heeft immers als doel om de veiligheid in het verkeer te waarborgen. De betrokkene heeft, door zich niet aan deze bepaling te houden, deze ernstig in gevaar gebracht. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden zijn voorts niet van dien aard, dat zij een dergelijke gevaarzetting rechtvaardigen.
3.5. Het voorgaande brengt mede, dat aan de betrokkene terecht een administratieve sanctie is opgelegd, zodat de kantonrechter terecht het beroep ongegrond heeft verklaard. Derhalve dient beslist te worden als volgt.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Huisman, in tegenwoordigheid van mr Jongeling als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.