Civiel recht overig
Bewijs levering roerende zaken.
Gerechtshof Leeuwarden, 23 februari 2010
ECLI:NL:GHLEE:2010:BL5509 · Gerechtshof Leeuwarden · 23 februari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2010-bl5509
Zaakgegevens
Op 23 februari 2010 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 februari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.016.354/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M Schuring, mr. J.V van Ophem, tarief I
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2010:BL5509
Samenvatting
Bewijs levering roerende zaken.
Uitspraak
Arrest d.d. 23 februari 2010
Zaaknummer 200.016.354/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellant], handelend onder de naam [x],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M. Schuring, kantoorhoudende te Groningen,
tegen
[geïntimeerde],
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 17 november 2009 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
Na het tussenarrest d.d. 17 november 2009 is de zaak verwezen naar de rolzitting van 15 december 2009 voor dagbepaling enquête. Op die rolzitting heeft de advocaat van [appellant] laten weten af te zien van de enquête.
Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
Aangezien [appellant] heeft afgezien van de enquête en ook overigens niet het tegenbewijs heeft bijgebracht waartoe het hof hem had toegelaten, gaat het hof uit van de juistheid van de stelling van [geïntimeerde] dat zij de door [appellant] gekochte banken aan hem heeft geleverd. Dit brengt met zich dat de rechtbank terecht de vordering van [geïntimeerde] tot betaling van de (restant-)koopsommen heeft toegewezen en de vordering van [appellant] tot terugbetaling van de aanbetaling van 20% van beide koopsommen heeft afgewezen.
Uit het voorgaande volgt dat de grieven geen doel treffen.
De slotsom
Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (geliquideerd salaris advocaat: tarief I, 1 punt).
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op € 406,-- aan verschotten en € 632,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;
verklaart dit arrest voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mrs. Janse, voorzitter, Wind en Tjallema, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 23 februari 2010 in bijzijn van de griffier.