Civiel recht overig
Vordering is erkend tijdens verificatievergadering. Ook na beëindiging schuldsanering levert het pv van de…
Gerechtshof Leeuwarden, 22 november 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BU5279 · Gerechtshof Leeuwarden · 22 november 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2011-bu5279
Zaakgegevens
Op 22 november 2011 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.076.032-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.A de Boer, mr. J.M Pol, 1
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2011:BU5279
Samenvatting
Vordering is erkend tijdens verificatievergadering. Ook na beëindiging schuldsanering levert het pv van de verificatievergadering een executoriale titel op.
Uitspraak
Arrest d.d. 22 november 2011
Zaaknummer 200.076.032/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. G.A. de Boer, kantoorhoudende te Meppel,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. J.M. Pol, kantoorhoudende te Assen.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 16 augustus 2011 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
Bij bedoeld tussenarrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen teneinde [appellante] in de gelegenheid te stellen het proces-verbaal van de verificatievergadering d.d. 18 januari 2008 over te leggen.
[appellante] heeft bij akte d.d. 13 september 2011 het proces-verbaal van de verificatievergadering inzake WSNP-nummers R.05/84-85 van [appellante] en [X], beide wonende te [adres] overgelegd. Uit dit proces-verbaal blijkt dat bedoelde verificatievergadering is gehouden op 14 februari 2008.
[geïntimeerde] heeft een antwoordakte genomen.
Vervolgens heeft [geïntimeerde] de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
1. Nu uit het overgelegde proces-verbaal blijkt dat de verificatievergadering niet op 18 januari 2008 maar op 14 februari 2008 is gehouden, dient het tussenarrest d.d. 16 augustus 2011 in zoverre te worden verbeterd.
2. Uit het overgelegde proces-verbaal van de verificatievergadering blijkt niet dat de vorderingen van [geïntimeerde] apart aan de orde zijn gesteld.
Wel valt in het proces-verbaal de volgende alinea te lezen:
"De rechter-commissaris leest de door de bewindvoerder overgelegde lijst van voorlopig erkende preferente en concurrente vorderingen voor. Er zijn geen betwiste vorderingen. Daar niemand bezwaar maakt tegen de verificatie van de door de bewindvoerder ter verificatie voorgedragen vorderingen, brengt vervolgens de rechter-commissaris de niet betwiste vorderingen over op de lijst van erkende schuldeisers, welke lijst aan dit proces-verbaal wordt gehecht en waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden beschouwd."
3. Bedoelde lijst is aan het proces-verbaal van de verificatievergadering gehecht. Op deze lijst komt de vordering van [geïntimeerde] ad € 6.718,06 voor.
4. Onder verwijzing naar hetgeen het hof in zijn tussenarrest d.d. 16 augustus 2011 heeft overwogen, brengt een en ander mede dat het door [appellante] gestelde omtrent de betwisting van de vordering niet is komen vast te staan, dat er wel degelijk een verificatievergadering heeft plaatsgevonden en dat de vordering ter verificatievergadering is erkend. Het door [appellante] gestelde omtrent extra betalingen is derhalve niet meer relevant.
5. De grieven zijn vergeefs voorgesteld.
De slotsom.
6. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van [appellante] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: 1,5 punt tarief I).
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis d.d. 20 juli 2010, waarvan beroep;
veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op € 280,-- aan verschotten en € 948,-- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. K.E. Mollema, voorzitter en mrs. J.H. Kuiper en M.C.D. Boon-Niks, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 22 november 2011 in bijzijn van de griffier.