Personen- en familierecht
Overweging ten overvloede. Rechtmatigheid van het handelen van Bureau Jeugdzorg en/of de Raad voor de…
Gerechtshof Leeuwarden, 24 mei 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ7264 · Gerechtshof Leeuwarden · 24 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2011-bq7264
Zaakgegevens
Op 24 mei 2011 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.083.884/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.A. de Boer
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ7264
Samenvatting
Overweging ten overvloede. Rechtmatigheid van het handelen van Bureau Jeugdzorg en/of de Raad voor de Kinderbescherming kan niet in het kader van een procedure machtiging tot uithuisplaatsing getoetst worden.
Uitspraak
Beschikking d.d. 24 mei 2011
Zaaknummer 200.083.884/01
HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking in de zaak van
1. [appellante 1],
wonende te [woonplaats],
appellante,
2. [appellant 2],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna gezamenlijk te noemen: appellanten,
advocaat: mr. H.A. de Boer, kantoorhoudende te Sneek,
tegen
Bureau Jeugdzorg Friesland,
kantoorhoudende te Leeuwarden,
geïntimeerde partij,
hierna te noemen: BJZ,
Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Leeuwarden van 23 februari 2011, partijen voldoende bekend.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie binnen de beroepstermijn, hebben appellanten verzocht de bovengenoemde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te beslissen zoals in het petitum van dat beroepschrift is weergegeven, welk petitum als hier herhaald en ingelast geldt.
Van de zijde van BJZ is geen verweerschrift binnengekomen.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken.
De beoordeling
1. Uit het dossier is gebleken dat -na de eerdere aanhouding van de mondelinge behandeling van de zaak- mr. De Boer alsnog om behandeling ter zitting heeft verzocht. Bij brief van 12 mei 2011 heeft het hof aangegeven dat behandeling van de zaak voordat de termijn van de machtiging van de uithuisplaatsing afloopt niet meer haalbaar is, zodat afwijzing van het beroep vanwege gebrek aan belang zal volgen. Mr. De Boer heeft daarop, bij fax van 13 mei 2011, aangegeven zich niet te verzetten tegen afdoening van de zaak zonder mondelinge behandeling.
2. Het hof overweegt derhalve het volgende. Aangezien de door de kinderrechter verlengde machtiging tot uithuisplaatsing op 23 mei 2011 is verlopen en bovendien uit de stukken blijkt dat de kinderen inmiddels weer thuisgeplaatst zijn, hebben appellanten geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep. Het hoger beroep zal daarom wegens gebrek aan belang worden verworpen.
3. Ten overvloede overweegt het hof nog, gezien de brief van mr. De Boer van 10 mei 2011, dat de rechtmatigheid van het handelen van BJZ en/of de Raad voor de Kinderbescherming niet in het kader van een procedure als de onderhavige getoetst kan worden. Daarvoor is een afzonderlijke dagvaardingsprocedure de aangewezen weg.
Slotsom
4. Gelet op het vorenstaande zal het hof beslissen als na te melden.
De beslissing
Het gerechtshof:
wijst het beroep af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, J.G. Idsardi en M.P. den Hollander, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 24 mei 2011 in bijzijn van de griffier.