Personen- en familierecht
Verzet griffierecht. Naheffing € 1.815,-. Verklaringsprocedure. Geen vordering van onbepaalde waarde, omdat…
Gerechtshof Leeuwarden, 15 maart 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0223 · Gerechtshof Leeuwarden · 15 maart 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2012-bw0223
Zaakgegevens
Op 15 maart 2012 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 maart 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.102.152/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.F. Schepel
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0223
Samenvatting
Verzet griffierecht. Naheffing € 1.815,-. Verklaringsprocedure. Geen vordering van onbepaalde waarde, omdat vordering in hoger beroep strekt tot vernietiging veroordeling in eerste aanleg t.w.v. € 38.000,-. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beschikking d.d. 15 maart 2012
Zaaknummer 200.102.152/01
(zaaknummer rechtbank: 542352 CV EXPL 11-588)
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Beschikking van de eerste kamer voor burgerlijke zaken op het verzet ex art. 29 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) van:
JPR Advocaten coöperatief U.A.,
gevestigd te Deventer,
hierna te noemen: JPR,
verzoekster,
advocaat: mr. P.F. Schepel, kantoorhoudende te Deventer.
De procedure
Bij op 15 februari 2012 ontvangen verzoekschrift is verzoekster in verzet gekomen tegen het door de griffier in de zaak tussen Magistral B.V. te Deventer (hierna: Magistral) en Achmea Retailbank N.V. te 's-Gravenhage (hierna: Achmea) op 7 februari 2012 geheven griffierecht van € 1.815,-. Het griffierecht is door verzoekster op 16 februari 2012 voldaan.
De beoordeling
1 JPR stelt dat het griffierecht ten onrechte niet is vastgesteld op € 666,-. De zaak tussen Magistral en Achmea (bij het hof bekend onder nummer 200.099.848) is een verklaringsprocedure op de voet van art. 477a lid 2 Rv. Dat is een vordering van onbepaalde waarde, aldus JPR. Hieraan doet volgens JPR niet af dat in het beroepen vonnis van 6 oktober 2011 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Deventer (hierna: de kantonrechter), de subsidiaire vordering tot betaling van € 37.946,39 (te vermeerderen met de wettelijke rente) ten laste van Magistral is toegewezen.
2 Naar het oordeel van het hof miskent JPR dat de vordering in hoger beroep, die er (voor zover hier relevant) blijkens de appeldagvaarding van 19 december 2011 toe strekt dat het bestreden vonnis van de kantonrechter, waarbij Magistral (zijnde de cliënte van mr. Schepel en/of JPR) is veroordeeld tot betaling van (een hoofdsom van) € 37.946,39, wordt vernietigd en de inleidende vordering van Achmea alsnog wordt afgewezen. De vordering in appel van Magistral is daarom, anders dan JPR stelt, niet van onbepaalde waarde. Dat de vordering van Achmea in eerste aanleg is gebaseerd op art. 477a lid 2 Rv, doet hieraan niet af. Het griffierecht is door de griffier dan ook terecht geheven uitgaande van een vordering met een waarde van (tenminste) € 37.946,39.
3 De slotsom luidt dat het verzet ongegrond zal worden verklaard.
De beslissing:
Het gerechtshof:
verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mrs. J.M. Rowel - van der Linde, voorzitter, K.E. Mollema en J.H. Kuiper, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag
15 maart 2012 in bijzijn van de griffier.