Personen- en familierecht
Ondertoezichtstelling. Uithuisplaatsing. Moeder die is ontheven van het ouderlijk gezag niet aan te merken…
Gerechtshof 's-Gravenhage, 9 juli 2003
ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1153 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 9 juli 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2003-ai1153
Zaakgegevens
Op 9 juli 2003 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 217-R-03
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1153
Samenvatting
Ondertoezichtstelling. Uithuisplaatsing. Moeder die is ontheven van het ouderlijk gezag niet aan te merken als belanghebbende zodat het door moeder ingestelde appel tegen de uithuisplaatsing niet ontvankelijk is.
Uitspraak
Uitspraak : 9 juli 2003
Rekestnummer : 217-R-03
Rekestnr. rechtbank : 187738 / F2 RK 02-3984
186945 / F2 RK 02-3837
GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE
FAMILIEKAMER
B e s c h i k k i n g
in de zaak van
[eiseres],
wonende te Rotterdam,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
procureur mr. T. Bissessur,
tegen
de Stichting Jeugdbescherming Rotterdam,
kantoorhoudende te Rotterdam,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: Jeugdzorg.
Als belanghebbende is aangemerkt:
1. de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging Rotterdam,
hierna te noemen: de raad.
PROCESVERLOOP
De moeder is op 14 maart 2003 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de kinderrechter in de rechtbank te Rotterdam van 18 december 2002.
Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 12 juni 2003 aanvullende stukken ingekomen.
Van de zijde van Jeugdzorg is bij het hof op 30 juni 2003 een fax met aanvullende stukken ingekomen. Jeugdzorg heeft het hof bij fax van 8 juli 2003 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.
De minderjarige [kind] heeft bij fax van 8 juli 2003 haar mening ten aanzien van haar verblijf in Alexandra kenbaar gemaakt.
De raad heeft het hof bij brief, bij het hof ingekomen op 27 juni 2003, laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.
Op 9 juli 2003 is de ontvankelijkheid van de zaak mondeling behandeld, waarbij uitsluitend de moeder is verschenen.
VASTSTAANDE FEITEN
Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzit-ting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen partijen het volgende vast.
[kind], geboren op [geboortedatum], hierna te noemen: [kind], is bij beschikking van 20 december 1995 onder toezicht gesteld van Jeugdzorg. De moeder is bij beschikking van 4 mei 1999 ontheven van het ouderlijk gezag over, onder meer, [kind]. Bij diezelfde beschikking is Jeugdzorg met de voogdij van [kind] belast. [kind] is uit huis geplaatst.
DE ONTVANKELIJKEID VAN HET HOGER BEROEP
De moeder is in hoger beroep gekomen van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind] van 18 december 2002. De moeder is echter bij beschikking van 4 mei 1999 ontheven van het ouderlijk gezag over [kind]. Op grond van de wet is de moeder om deze reden niet bevoegd verzoeken te doen met betrekking tot het afgeven, wijzigen of beëindigen van een machtiging tot uithuisplaatsing. De beslissing betreffende de uithuisplaatsing heeft strikt genomen - nu de moeder het gezag niet heeft - geen rechtstreekse betrekking op haar rechten en verplichtingen, zodat de moeder niet kan worden gezien als een belanghebbende op grond waarvan zij in haar onderhavige hoger beroep zou kunnen worden ontvangen.
Ter zitting is gesteld noch gebleken dat de omstandigheden thans anders zijn, zodat de moeder in haar hoger beroep niet ontvankelijk dient te worden verklaard.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Fockema Andreae-Hartsuiker, Duindam en Van Leuven, bijge-staan door mr. Sijbesma als griffier en uit-gespro-ken ter openba-re terechtzit-ting van 9 juli 2003.