Personen- en familierecht
Verzoek ingediend bij hof, dat zich onbevoegd verklaart. Verwijzing naar rechtbank op basis van artikel 73 Rv.
Gerechtshof 's-Gravenhage, 7 juli 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1999 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 7 juli 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2010-bn1999
Zaakgegevens
Op 7 juli 2010 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.066.002
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1999
Samenvatting
Verzoek ingediend bij hof, dat zich onbevoegd verklaart. Verwijzing naar rechtbank op basis van artikel 73 Rv.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 7 juli 2010
Zaaknummer : 200.066.002
[appellante],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. C.E. Koopmans te Oud-Beijerland
tegen
Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland,
gevestigd te Dordrecht,
hierna te noemen: Jeugdzorg.
PROCESVERLOOP
Op 14 mei 2010 is bij de familiesector van het gerechtshof een verzoekschrift van de vrouw ingekomen.
Bij fax van 20 mei 2010 heeft de advocaat van de vrouw het hof verzocht op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) over te gaan tot doorzending van het verzoekschrift aan de rechtbank Dordrecht.
DE ABSOLUTE BEVOEGDHEID
1. Uit de fax van 20 mei 2010 blijkt dat de advocaat van de vrouw van mening is dat niet het hof maar de rechtbank Dordrecht de bevoegde rechter is. Zij heeft daarbij verzocht op grond van artikel 6:15 Awb over te gaan tot doorzending van het beroepschrift aan het bevoegde orgaan.
2. Het hof overweegt het volgende. Artikel 6:15 Awb ziet op bezwaar- en beroepschriften die bij de verkeerde administratieve rechter zijn ingediend. Het ingekomen verzoekschrift is echter ingediend bij de familiesector van het gerechtshof en dus niet bij een administratieve rechter. Artikel 6:15 Awb mist daarom toepassing.
3. Het verzoek richt zich, zoals door de opsteller van het verzoekschrift gekwalificeerd, tegen het besluit vervat in de aan de vrouw gerichte brief van Jeugdzorg van 3 mei 2010.
4. Uit het verzoekschrift blijkt dat de vrouw haar verzoek grondt op artikel 1:259 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op basis van dit artikel kan een met het gezag belaste ouder de kinderrechter verzoeken een door Jeugdzorg gegeven aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren.
5. Het hof is van oordeel dat de zaak niet behoort tot de absolute bevoegdheid van het hof. De kinderrechter in de rechtbank Dordrecht is naar het oordeel van het hof wel bevoegd om van de zaak kennis te nemen.
6. Het hof beslist daarom als volgt.
BESLISSING
Het hof:
verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen;
verwijst de zaak naar de kinderrechter in de rechtbank Dordrecht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Van den Wildenberg, Mos-Verstraten en Husson, bijgestaan door mr. Martens als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2010.