Personen- en familierecht
Uithuisplaatsing. Geen belang bij beoordeling na verstrijken termijn.
Gerechtshof 's-Gravenhage, 16 mei 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0707 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 16 mei 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2012-bx0707
Zaakgegevens
Op 16 mei 2012 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 16 mei 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.102.651-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2012:BX0707
Samenvatting
Uithuisplaatsing. Geen belang bij beoordeling na verstrijken termijn.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector civiel recht
Uitspraak : 16 mei 2012
Zaaknummer : 200.102.651/01
Rekestnr. rechtbank : JE RK 11-3515
[appellante],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. N. Schuerman te Rotterdam,
tegen
de raad voor de kinderbescherming,
regio Rotterdam-Rijnmond,
locatie Rotterdam,
hierna te noemen: de raad.
Als belanghebbende zijn aangemerkt:
1. [de vader],
wonende op een geheim adres,
hierna te noemen: de vader,
2. de Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
kantoorhoudende te Rotterdam,
hierna te noemen: Jeugdzorg.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De moeder is op 23 februari 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 10 januari 2012 van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam.
De raad heeft op 4 april 2012 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de moeder:
- op 5 april 2012 een brief van 4 april 2012 met bijlage;
van de zijde van Jeugdzorg:
- op 4 april 2012 een brief van 3 april 2012.
Ter zitting van 18 april 2012 is niemand verschenen.
De hierna te noemen minderjarige heeft geen gebruik gemaakt van de door het hof geboden gelegenheid om mondeling of schriftelijk zijn mening kenbaar te maken.
HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is, voor zover in hoger beroep van belang, uitvoerbaar bij voorraad, de minderjarige [de minderjarige], geboren [in 1999] te [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige, onder toezicht gesteld voor de duur van één jaar met benoeming van Jeugdzorg tot stichting in de zin van de Wet op de jeugdzorg en is met ingang van 10 januari 2012 een machtiging verleend tot plaatsing van de minderjarige in een AWBZ-instelling tot 10 juli 2012.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige.
2. De moeder verzoekt bij beschikking, voor zover de wet zulks toelaat uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking ten aanzien van de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige te vernietigen en, in zoverre opnieuw beschikkende, het verzoek van de raad strekkende tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige af te wijzen.
3. De raad bestrijdt het beroep en verzoekt het ingestelde appel niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel het ingestelde appel af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.
4. Uit het verweerschrift van de raad blijkt dat Jeugdzorg de minderjarige op 8 december 2011 heeft aangemeld voor behandeling en observatie bij Yulius. Eind januari 2012 heeft Yulius de aanmelding van de minderjarige geannuleerd omdat de moeder, ondanks herhaaldelijk verzoek daartoe, de aanmeldformulieren niet aan Yulius heeft geretourneerd. Gelet daarop is Jeugdzorg niet overgegaan tot tenuitvoerlegging van de bij de bestreden beschikking verleende machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige. Inmiddels is de machtiging van rechtswege vervallen omdat deze gedurende een periode van drie maanden niet ten uitvoer is gelegd (artikel 1:262 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek). De raad stelt zich primair op het standpunt dat de moeder wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar hoger beroep.
5. Bij de uitroeping van de zaak is gebleken dat er niemand is verschenen, terwijl alle belanghebbenden behoorlijk zijn opgeroepen. Het hof leidt daaruit af dat de moeder kennelijk het standpunt van de raad deelt dat zij vanwege het vervallen van de machtiging geen belang meer heeft bij haar hoger beroep tegen de bestreden beschikking. Nu ook overigens geen belang is gesteld dat zou moeten leiden tot een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, komt het hof niet toe aan een beoordeling van de vraag of de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige al dan niet terecht is verleend. Dit betekent dat het beroep zal worden verworpen
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Fockema Andreae-Hartsuiker, Van den Wildenberg en De Haan-Boerdijk, bijgestaan door mr. Van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2012.