Personen- en familierecht
Appeltermijnen in kinderontvoeringszaken: artikel 13 lid 7 van de Uitvoeringswet internationale…
Gerechtshof 's-Gravenhage, 5 december 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3740 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 5 december 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2012-bz3740
Zaakgegevens
Op 5 december 2012 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 december 2012
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 200.116.833-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3740
Samenvatting
Appeltermijnen in kinderontvoeringszaken: artikel 13 lid 7 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering: 14 dagen. Appel is één dag te laat ingesteld: appellant is niet-ontvankelijk.
Procesgang
Rechtbank 's-Gravenhage · 1 november 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3832Gerechtshof 's-Gravenhage · 5 december 2012deze uitspraak
ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ3740
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Uitspraak : 5 december 2012
Zaaknummer : 200.116.833/01
Rekestnummer rechtbank : FA RK 12-5393
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. I. Güçlü te Amsterdam,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats], [land],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.T.N. Whiterod te Utrecht.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De vader is op 16 november 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 1 november 2012 van de rechtbank 's-Gravenhage.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
van de zijde van de vader:
- op 19 november 2012 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen;
van de zijde van de moeder:
- op 26 november 2012 een faxbericht van diezelfde datum.
Op 27 november 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep mondeling behandeld.
Ter zitting was aanwezig: de advocaat van de vader.
De vader en de moeder zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is de terugkeer gelast van de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], [geboorteland], en
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats],
naar de moeder, uiterlijk op 1 januari 2013, waarbij de vader de minderjarigen dient terug te brengen naar de moeder. Voorts is bevolen, indien de vader nalaat de minderjarigen terug te brengen naar de moeder, dat de vader de minderjarigen met de benodigde geldige reisdocumenten aan de moeder zal afgeven uiterlijk op 1 januari 2013, opdat de moeder de minderjarigen zelf mee terug kan nemen.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.
DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
Volgens artikel 13 lid 7 van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering moet hoger beroep van een eindbeslissing in zaken van internationale ontvoering van kinderen worden ingesteld binnen twee weken na de dagtekening van die beslissing. Aangezien de bestreden beschikking is gedagtekend 1 november 2012, liep de beroepstermijn af op 15 november 2012. De termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel zijn van openbare orde. Nu het hoger beroep van de vader na die datum is ingesteld, namelijk op 16 november 2012, dient de vader niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep. Hetgeen de advocaat van de vader in haar fax van 19 november 2012 en ter zitting bij het hof heeft aangevoerd, kan aan dit oordeel niet afdoen.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Mink, Lückers en Van den Wildenberg, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2012.