Arbeidsrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Arbeidsrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 september 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:3884 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 september 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/arbeidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2014-3884
Zaakgegevens
Op 30 september 2014 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 30 september 2014
- Datum publicatie
- 30 september 2014
- Zaaknummer
- HD 103.005.765_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C Blanken te 's-Gravenhage, mr. F.C Schirmeister te Maastricht
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2014:3884
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 juni 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:1715Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 september 2014deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2014:3884
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 augustus 2015
ECLI:NL:PHR:2015:1667Hoge Raad · 27 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3397(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gedeeltelijk contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 103.005.765/01
arrest van 30 september 2014
in de zaak van
[laboratories] Laboratories Int. BV,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. C. Blanken te 's-Gravenhage,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. F.C. Schirmeister te Maastricht,
als aanvulling op het door het hof gewezen tussenarrest van 10 juni 2014, op het hoger beroep van de door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 103447 CV EXPL 03-51 gewezen vonnissen van 7 oktober 2003, 10 februari 2004, 21 juni 2005 en 20 september 2005.
32 Het arrest van 10 juni 2014
Bij genoemd tussenarrest heeft het hof een meervoudige comparitie gelast. Deze comparitie heeft geen doorgang gevonden.
33 Het verdere verloop van de procedure
Bij faxbericht van 15 augustus 2014 heeft de advocaat van [geïntimeerde] het hof meegedeeld dat onlangs is duidelijk geworden dat zijn cliënt beroep in cassatie wenst in te stellen van een of meer eindbeslissingen van het arrest van 10 juni 2014. Daarop is in deze brief verzocht de comparitie van 21 augustus 2014 aan te houden, waarbij voorts is vermeld dat de advocaat van [appellante] daartegen geen bezwaar heeft. Dit aanhoudingsverzoek is door de rolraadsheer opgevat als een eenzijdig verzoek om doorhaling ex artikel 8.1 van het pilot procesreglement voor civiele dagvaardingszaken van dit hof. De zaak is daarop verwezen naar de rol van 2 september 2014 voor akte uitlating doorhaling.
[appellante] heeft op genoemde roldatum laten weten in te kunnen stemmen met royement. [geïntimeerde] heeft op 2 september 2014 een akte na tussenarrest genomen.
In deze akte verzoekt [geïntimeerde] het hof om terug te komen op een aantal bindende eindbeslissingen in genoemd arrest op in de akte nader omschreven gronden.
Het hof ziet in de door [geïntimeerde] aangevoerde gronden geen aanleiding op deze beslissingen terug te komen. Anders dan [geïntimeerde] stelt, is er naar het oordeel van het hof geen sprake van een onjuiste feitelijke of juridische grondslag. Het hof verwijst en persisteert bij hetgeen in het arrest van 10 juni 2014 is beslist.
Voor het geval het hof niet terugkomt op de genoemde eindbeslissingen verzoekt [geïntimeerde] tegen het arrest van 10 juni 2014 tussentijds cassatieberoep open te stellen.
In de akte (onder 28) merkt [geïntimeerde] op dat de raadsvrouw van - naar het hof begrijpt - [appellante] geen bezwaar heeft tegen toewijzing van dit verzoek. De rolgriffier van het hof heeft telefonisch contact gehad met de raadsvrouw van [appellante] en daarin heeft zij bevestigd tegen inwilliging van het verzoek geen bezwaar te hebben. Een schriftelijke bevestiging hiervan bij email van 15 september 2014 10:10 uur maakt thans deel uit van het dossier.
Het hof wijst het verzoek toe. Het hof acht het doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 10 juni 2014.
34 De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 10 juni 2014 tussentijds cassatieberoep kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.W. Vermeulen, M.J.H.A. Venner-Lijten en A.P. Zweers-van Vollenhoven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 september 2014.