Arbeidsrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Arbeidsrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 oktober 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:4060 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/arbeidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2014-4060
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2014 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2014
- Datum publicatie
- 7 oktober 2014
- Zaaknummer
- HD 200.091.685_02
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J.M Postma te Utrecht, mr. R.H Stam te Utrecht
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2014:4060
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2014:4060
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 mei 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:1881
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.091.685/02
arrest van 7 oktober 2014
in de zaak van
1 [appellant 1],
wonende te [woonplaats],
2. [appellant 2],
wonende te [woonplaats],
3. [appellant 3],
wonende te [woonplaats],
4. [appellant 4],
wonende te [woonplaats],
5. [appellant 5],
wonende te [woonplaats],
6. [appellante 6],
wonende te [woonplaats],
7. [appellant 7],
wonende te [woonplaats],
8. [appellant 8],
wonende te [woonplaats],
9. De vereniging FNV Bondgenoten,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
appellanten,
hierna aan te duiden als [appellanten c.s.],
advocaat: mr. M.J.M. Postma te Utrecht,
tegen
BBA Tours B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als BBA,
advocaat: mr. R.H. Stam te Utrecht,
op het bij exploot van dagvaarding van 28 april 2011 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Breda, team kanton Tilburg van 2 februari 2011, gewezen tussen [appellanten c.s.] als eisers en BBA als gedaagde.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 593826/CV EXPL 10-2753)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met 34 producties en vermeerdering van eis;
- de memorie van antwoord tevens houdende antwoordakte op vermeerdering van eis.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3 De beoordeling
Ingevolge het procesreglement voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geldend vanaf 1 januari 2013 dient appellant een kopie van het volledige procesdossier in eerste aanleg te overleggen, alsmede een inventarislijst en een overzicht van de producties.
Blijkens de rol van 16 juli 2013 hebben appellanten aan deze verplichting willen voldoen.
Het hof stelt vast dat de nodige gebreken kleven aan de aldus ingebrachte stukken.
De dagvaarding in eerste aanleg is verre van compleet, meer in het bijzonder ontbreken pagina’s die zien op de toelichting op de vorderingen van de respectieve eisers, terwijl ook de pagina’s die zien op de vorderingen zelf (alles voor G) ontbreken.
Verder ontbreekt productie 12 bij inleidende dagvaarding.
Bij de stukken van de inleidende dagvaarding zijn voorts gegevens gevoegd die kennelijk betrekking hebben op een procedure bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Verder ontbreken alle de bij conclusie van dupliek blijkens de inventarisstaat door BBA ingebrachte 18 producties.
Het hof is aldus niet in staat om recht te doen op basis van een compleet procesdossier, hetgeen in strijd is met de beginselen van goede rechtspleging.
Om die reden zal het hof appellanten in de gelegenheid stellen alsnog aan de daartoe geldende verplichtingen voortvloeiend uit het rolreglement te voldoen.
De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol van 21 oktober 2014 voor het overleggen van de betreffende stukken als hiervoor genoemd in rov. 3.1. (complete inleidende dagvaarding met alle producties alsmede de producties behorend bij de conclusie van repliek).
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 21 oktober 2014 teneinde [appellanten c.s.] in de gelegenheid te stellen het dossier uit eerste aanleg aan te vullen met de in rov. 3.1. bedoelde stukken;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Chr. M. Aarts, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en I. Bouter en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 oktober 2014.