Arbeidsrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Arbeidsrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 december 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:3633 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/arbeidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-3633
Zaakgegevens
Op 16 december 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 16 december 2025
- Datum publicatie
- 18 december 2025
- Zaaknummer
- 200.339.673_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A Quispel te Oud-Beijerland, mr. V van Dijken te Harderwijk
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3633
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bewijsopdracht
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.339.673/01
arrest van 16 december 2025
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. A. Quispel te Oud-Beijerland,
tegen
Jacbo Nederland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Jacbo,
advocaat: mr. V. van Dijken te Harderwijk,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 1 juli 2025 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer 10528337 / CV EXPL 23-1751 gewezen vonnis van 2 november 2023.
5 Het verdere verloop van de procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenarrest van 1 juli 2025 waarbij het hof een zitting heeft gelast;
-
de mondeling behandeling, waarbij partij Jacbo spreeknotities heeft overgelegd;
-
de bij e-mail van 2 oktober 2025 door [appellant] toegezonden productie11 met bijlagen, die bij de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
6 De verdere beoordeling
Bij voormeld tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat [appellant] voldoende heeft gesteld om tot bewijslevering te worden toegelaten. Hij dient dan bewijs te leveren van zijn stelling dat hij op 23 maart 2021 tijdens zijn werkzaamheden voor Jacbo een groot stuk grond of klei op zijn hoofd heeft gekregen. Het hof zal hem toelaten tot het leveren van dit bewijs.
Tijdens de zitting in hoger beroep heeft Jacbo toegezegd om binnen veertien dagen na de zittingsdatum aan de advocaat van [appellant] de NAW-gegevens van de volgens [appellant] bij het ongeval aanwezige drie collega’s, zijnde de heren [persoon A] , [persoon B] en Mayvis te verstrekken zodat deze door [appellant] als getuigen kunnen worden opgeroepen. Het gaat hier dan om de aan Jacbo laatstelijk bekende NAW-gegevens. Tevens zal Jacbo daarbij de geboortedata van deze drie getuigen verstrekken.
Tijdens het getuigenverhoor zal, naast de hiervoor genoemde drie getuigen, eveneens [appellant] zelf als getuige worden gehoord. Hij dient dan wederom voor de aanwezigheid van een tolk zorg te dragen.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
7 De uitspraak
Het hof:
laat [appellant] toe te bewijzen dat hij op 23 maart 2021 tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden voor Jacbo een kluit aarde, steen of klei op zijn hoofd heeft gekregen;
bepaalt dat de door [appellant] in dit kader voorgestelde getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. J.M.H. Schoenmakers als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;
verwijst de zaak naar de rol van 30 december 2025 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;
bepaalt dat de advocaat van [appellant] tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.H. Schoenmakers, F.C. Alink-Steinberg en H.A.W. Vermeulen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 december 2025
griffier rolraadsheer