Arbeidsrecht

WWZ; tussenbeschikking in verband met hoogte pensioenschade

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 januari 2026

Zaakgegevens

Op 8 januari 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
8 januari 2026
Datum publicatie
8 januari 2026
Zaaknummer
200.350.045_01
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. M.J.H Ruijters te Utrecht, mr. F.C. van Uden te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:16
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WWZ; tussenbeschikking in verband met hoogte pensioenschade

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 september 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:2523
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2026:16

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 maart 2026

    ECLI:NL:GHSHE:2026:834

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

Uitspraak : 8 januari 2026

Zaaknummer : 200.350.045/01

Zaaknummer eerste aanleg : 11249381 EJ VERZ 24-349

in de zaak in hoger beroep van:

[de werknemer] ,

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna aan te duiden als [de werknemer],

advocaat: mr. M.J.H. Ruijters te Utrecht,

tegen

[B.V.] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verweerster,

hierna aan te duiden als [de werkgever],

advocaat: mr. F.C. van Uden te Amsterdam.

5 Het verdere verloop van het geding

5.1.

Het hof verwijst naar haar tussenbeschikking van 18 september 2025. Daarin heeft het hof [de werknemer] in de gelegenheid gesteld om nader informatie in het geding te brengen. Het betrof de hoogte van haar inkomsten vanaf de ontbindingsdatum en de grondslag ervan. Voorts diende zij aan te geven hoe lang zij nog aanspraak kan maken op een ZW- en/of een WW-uitkering en hoe hoog deze zal zijn. Daarbij dient zij ook een berekening te voegen van het totaalbedrag aan ontvangen en mogelijk nog te ontvangen ZW- en/of WW-uitkering, waarmee het hof bij de berekening van de billijke vergoeding rekening kan houden. Mocht zij, anders dan tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep, zicht hebben op ander werk of ander werk gevonden hebben, dan diende zij het hof hierover eveneens te informeren, waarbij niet alleen de hoogte van het salaris van belang is maar ook de duur van het dienstverband.

[de werkgever] heeft de gelegenheid gekregen om vervolgens hierop te reageren.

5.2.

Na deze tussenbeschikking heeft het hof van [de werknemer] een akte 22 Rv ontvangen met producties 71 en 72. [de werkgever] heeft een antwoordakte na tussenarrest ingediend met producties 62 tot en met 65.

5.3.

Vervolgens hebben partijen met het hof nog gecommuniceerd over de toelaatbaar-heid van deze antwoordakte en/of de daarbij behorende producties.

6
6. Terugkomen op eerdere beslissingen

6.1.

[de werkgever] heeft verzocht om terug te komen op de beslissing dat voldoende aannemelijk is geworden dat het [de werknemer] zonder het ernstig verwijtbaar handelen van [de werkgever] was gelukt om tot aan haar pensioengerechtigde leeftijd bij haar in dienst te blijven. Zij wijst daarbij op de bijzonder dynamische markt waarin zij opereert en op de verzadiging van de Benelux-markt, waardoor de opheffing van de functie van [de werknemer] onvermijdelijk was.

6.2.

Het hof wijst deze verzoeken af. Regel is dat de gegeven beslissing is genomen nadat partijen hierover hebben gedebatteerd. In die zin is het een eindbeslissing waarop, gelet op de regel die ziet op beperking van het processuele debat, in dezelfde instantie niet kan worden teruggekomen. Uitzondering hierop zijn bijzondere omstandigheden die het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan deze beslissing gebonden zou zijn. Daarvan is hier geen sprake.

6.3.

Het vorenstaande geldt niet voor het verzoek over de pensioenschade. In eerste aanleg heeft [de werkgever] tijdens de mondelinge behandeling gevraagd om een nadere aktewisseling hierover in het geval de kantonrechter zou toekomen aan het bepalen van de pensioenschade. Dit is niet het geval geweest zodat het debat hierover nog niet geheel was afgerond. Het hof zal het nadere verweer van [de werkgever] op dit punt beoordelen nadat [de werknemer] de mogelijkheid heeft gehad om op de ter onderbouwing van dit verweer overgelegde productie te reageren. Het hof zal haar daartoe in de gelegenheid stellen.

7 Hoogte billijke vergoeding

7.1.

[de werknemer] heeft bij akte gesteld en onderbouwd dat zij tot en met oktober 2025 aanspraak heeft op een ZW-uitkering. Partijen zijn het erover eens dat zij in het hele jaar 2025 een ZW-uitkering ontvangt. Tot en met 5 oktober bedraagt deze € 40.632,06 bruto. Daarna volgen nog 7 weken van, in totaal, € 7.296,45 (€ 1.042,35 x 7). De inkomsten van [de werknemer] in 2025 omvatten dan een bedrag van € 47.928,51 bruto.

7.2.

Partijen discussiëren over de vraag welke inkomsten [de werknemer] het jaar daarop zal ontvangen. [de werknemer] stelt dat het ofwel een ZW ofwel een WW-uitkering zal betreffen en berekent het bedrag op € 50.028,00 bruto. [de werkgever] stelt dat het een WW-uitkering zal zijn en berekent dit bedrag op € 57.051,19 bruto. Zij houdt daarbij, in tegenstelling tot [de werknemer], rekening met een halfjaarlijkse verhoging van het maximum dagloon.

7.3.

[de werknemer] heeft weliswaar gesteld dat zij nog steeds ziek is, hetgeen is onderbouwd aan de hand van de ZW-specificaties maar zij heeft niet aangegeven hoe haar situatie op dit moment is en wanneer herstel kan worden verwacht. Gelet hierop acht het hof aannemelijk dat [de werknemer] in 2026 aanspraak zal gaan maken op een WW-uitkering.

7.4.

Over de jaren 2025 en 2026 kan rekening worden gehouden met een bedrag van
€ 104.979,70 (€ 47.928,51 + € 57.051,19) aan bruto inkomsten. Het hof zal dit volledige bedrag meenemen in de berekening van de billijke vergoeding, nu daarbij als uitgangspunt wordt genomen dat [de werknemer], zonder het ernstig verwijtbare gedrag van [de werkgever], tot aan haar pensioengerechtigde leeftijd, zijnde een periode van ruim 6 jaren, bij [de werkgever] in dienst zou zijn gebleven. Om deze reden zal ook de volledige transitievergoeding ter hoogte van
€ 127.385,89 bruto in de berekening worden betrokken in die zin dat zij op de billijke vergoeding in mindering wordt gebracht. De transitievergoeding is immers enerzijds bedoeld als compensatie voor het ontslag maar anderzijds ook bedoeld om de overgang naar ander betaald werk te vergemakkelijken.

[de werkgever] heeft in haar productie aandacht besteed aan het jaar 2027 maar heeft hierover in haar processtuk geen stelling ingenomen, reden waarom het hof dit buiten de beoordeling laat.

7.5.

[de werkgever] heeft in haar antwoordakte een beroep gedaan op de eigen schuld van [de werknemer]. Zij verwijst naar gedragingen van [de werknemer] die zij eerder in de procedure aan de orde heeft gesteld.

Er is eerst sprake van eigen schuld indien de beëindiging tevens een gevolg is van een omstandigheid die aan [de werknemer] kan worden toegerekend. [de werknemer] moet zich dan onder de gegeven omstandigheden anders hebben gedragen dan een redelijk mens onder die omstandigheden zou doen. Hiervan is, naar het oordeel van het hof, geen sprake. Zoals het hof in 3.4.17 heeft overwogen, dienen de gedragingen van [de werknemer] worden beoordeeld in de context van hetgeen zich daaraan voorafgaand heeft voorgedaan en is de beëindiging van het dienstverband met haar een gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van [de werkgever].

7.6.

[de werkgever] stelt voorts dat [de werknemer] haar schadebeperkingsverplichting heeft overtreden, stellende dat zij de functie van BDM Private Clinics had moeten accepteren zodat zij nog steeds in dienst van [de werkgever] zou zijn geweest. Het hof passeert ook dit verweer. Zoals het hof in de tussenbeschikking heeft overwogen, was er voor [de werknemer] voldoende reden om te twijfelen aan de toekomstbestendigheid van de aangeboden, nieuw gecreëerde functie. Een baangarantie wilde [de werkgever] ook niet geven.

7.7.

Naar het oordeel van het hof blijft het uitgangspunt dat [de werknemer] zonder het ernstig verwijtbare gedrag van [de werkgever] tot aan haar pensioen-gerechtigde leeftijd in dienst van [de werkgever] zou zijn gebleven. Dat [de werknemer] na haar mogelijk herstel ander werk zal vinden, acht het hof, mede gelet op haar leeftijd en haar eenzijdig arbeidsverleden, niet aannemelijk.

[de werkgever] heeft het verlies aan inkomen tot aan de pensioengerechtigde leeftijd van [de werknemer] berekend op een bedrag van € 752.478,41 bruto. Zij geeft daarbij aan dat mogelijke toekomstige loonsverhogingen bij deze berekening buiten beschouwing zijn gelaten omdat het allerminst zeker is of deze verhogingen zouden zijn toegekend. Het hof passeert dit verweer. [de werknemer] heeft onbetwist gesteld dat tussen 2020 en 2023 de lonen met 12,6% omhoog zijn gegaan, hetgeen neerkomt op 3,03% op jaarbasis. Het hof neemt in de berekening deze gemiddelde jaarlijkse loonsverhoging mee, al was het maar ter compensatie van de inflatie die de komende jaren naar verwachting zal optreden.

7.8.

Onder verwijzing naar het bepaalde in ro 6.3 zal het hof een tussenbeschikking wijzen en [de werknemer] de gelegenheid geven om op productie 65 bij antwoordconclusie na tussenarrest van [de werkgever] met datum 19 november 2025 te reageren. Mocht zij in haar reactie een productie overleggen, dan krijgt [de werkgever] de gelegenheid om daarop te reageren. Wordt de reactie zonder producties ingediend, dan zal het hof daarna een datum bepalen voor het wijzen van een beschikking.

8 De beslissing

Het hof:

stelt [de werknemer] in de gelegenheid zich binnen vier weken na heden schriftelijk uit te laten, uitsluitend voor het onder ro. 7.8. vermelde doel;

bepaalt in het geval [de werknemer] bij haar reactie één of meerdere productie(s) in het geding brengt dat [de werkgever] binnen vier weken nadat [de werknemer] zich heeft uitgelaten, hierop schriftelijk zal kunnen reageren;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M.H. Schoenmakers, J.I.M.W. Bartelds en A.E. Bos en is in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.

[x]