Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 juni 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2343 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2018-2343
Zaakgegevens
Op 5 juni 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 juni 2018
- Datum publicatie
- 5 juni 2018
- Zaaknummer
- 200.187.324_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.G.J van Kooten te Veldhoven, mr. A.B Noordhof te Eindhoven
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:2343
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
erfrecht
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 april 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:1435Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 juli 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:3335Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 december 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:5483Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 maart 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:1200Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2018:2343
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 september 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:3849Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 januari 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:185Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 mei 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1697Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 juli 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:2370
Uitspraak
GERECHTSHOF ?s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.187.324/01
arrest van 5 juni 2018
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
verder: [appellant] ,
advocaat: mr. G.G.J. van Kooten te Veldhoven,
tegen:
1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
verder: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] ,
advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,
als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 4 april 2017, 25 juli 2017, 12 december 2017 en 20 maart 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 4324340/rolnummer 15/8257 tussen partijen gewezen vonnis van 26 november 2015.
15 Het verdere verloop van het geding
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenarrest van 20 maart 2018;
-
de akte van [appellant] van 3 april 2018;
-
de antwoordakte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 1 mei 2018.
Partijen hebben arrest gevraagd.
16 De verdere beoordeling
Bij tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van appellant met het in dat tussenarrest onder 13.4 vermelde doel. Daarin is vermeld dat het hof aanneemt dat [appellant] schriftelijk pleidooi wenst, maar dat hij niet vermeldt of zijn wederpartij, overeenkomstig het procesreglement, hiermee instemt. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld hierover uitsluitsel te geven.
Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] laten weten dat het gaat om een eenparig verzoek om schriftelijk pleidooi. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben bij antwoordakte laten weten hiermee in te stemmen. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor schriftelijk pleidooi.
In het tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof onder 13.4 tevens vermeld dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] bij hun antwoordakte de ontbrekende aangifte IB over 2013 dienen over te leggen. Dit hebben zij, zonder enige toelichting, opnieuw nagelaten. Het hof draagt hen op de ontbrekende aangifte IB over 2013 bij hun pleitnota over te leggen en dit stuk op voorhand, binnen twee weken na dit arrest, aan de wederpartij toe te sturen.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
17 De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat schriftelijk pleidooi zal plaatsvinden op de rol van dinsdag 17 juli 2018;
draagt [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op de aangifte IB over 2013 binnen twee weken na heden aan de wederpartij toe te sturen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juni 2018.
griffier rolraadsheer