Civiel recht overig

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 mei 2019

Zaakgegevens

Op 7 mei 2019 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
7 mei 2019
Datum publicatie
7 mei 2019
Zaaknummer
200.187.324_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. G.G.J van Kooten te Veldhoven, mr. A.B Noordhof te Eindhoven
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2019:1697
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

erfrecht

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 april 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:1435
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 juli 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3335
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 december 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5483
  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 maart 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:1200
  5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 juni 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:2343
  6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 september 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:3849
  7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 januari 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:185
  8. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 mei 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2019:1697

  9. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 juli 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:2370

Uitspraak

GERECHTSHOF ?s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.187.324/01

arrest van 7 mei 2019

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

verder: [appellant] ,

advocaat: mr. G.G.J. van Kooten te Veldhoven,

tegen:

1 [geïntimeerde 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

verder: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] ,

advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 4 april 2017, 25 juli 2017, 12 december 2017, 20 maart 2018, 5 juni 2018 en 18 september 2018 en 22 januari 2019 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 4324340/rolnummer 15/8257 tussen partijen gewezen vonnis van 26 november 2015.

24 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 22 januari 2019;

- de akte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 19 februari 2019;

- de antwoordakte van [appellant] van 19 maart 2019 met producties en eiswijziging.

Partijen hebben arrest gevraagd.

25 De verdere beoordeling

25.1

Zoals vermeld in het tussenarrest van 22 januari 2019 (r.o. 22.7) is in verband met het overlijden van [geïntimeerde 2] geen verzoek tot schorsing is gedaan, zodat wordt voortgeprocedeerd op naam van de oorspronkelijke procespartij, en niet op naam van rechtsopvolgers.

25.2

Bij tussenarrest van 22 januari 2019 heeft het hof [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] in de gelegenheid gesteld te reageren op de door [appellant] overgelegde informatie uit het RDW-kentekenregister over de 45-km wagen. Naar aanleiding hiervan hebben [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] laten weten niet op de hoogte te zijn van de 45-km wagen en de verkoop ervan en niet te weten wat er met de eventuele opbrengst is gebeurd.

25.3

In zijn antwoordakte heeft [appellant] enkele producties overgelegd waaruit volgens hem blijkt dat de 45-km wagen op 30 oktober 2014 door de heer [koper] is gekocht en dat van de koopprijs van € 3.900,= een bedrag van € 100,= contant is betaald en het restant, € 3.800,= overgemaakt op de rekening van [geïntimeerde 2] . Zowel [geïntimeerde 2] en diens zoon als [geïntimeerde 1] zijn persoonlijk bij de verkoop betrokken geweest, aldus [appellant] . Uit deze producties blijkt volgens hem dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] leugenachtige verklaringen hebben afgelegd. In verband hiermee vermeerdert [appellant] zijn eis door een volledige proceskostenveroordeling van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] te verlangen.

25.4

De producties waar [appellant] zich thans op beroept dateren van na het laatste tussenarrest zodat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] er niet op hebben kunnen reageren. Het hof zal hen hiertoe in de gelegenheid stellen, waarbij zij desgewenst tevens kunnen reageren op de eisvermeerdering van [appellant] . Voor enig ander doel is deze akte niet bestemd; verdere producties dienen achterwege te blijven. Van [appellant] wordt geen antwoordakte verwacht.

25.6

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

26 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 4 juni 2019 voor akte aan de zijde van geïntimeerden met het hiervoor onder 25.4 vermelde doel (geen antwoordakte appellant);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 mei 2019.

griffier rolraadsheer