Civiel recht overig
Bestuurdersaansprakelijkheid (betalingsonwil). De stelling dat er voldoende middelen waren dan wel kon worden…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 juni 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1804 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-1804
Zaakgegevens
Op 7 juni 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 7 juni 2022
- Datum publicatie
- 7 juni 2022
- Zaaknummer
- 200.298.363_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. Y.J.M.L Dijk te Herten, mr. J.M Pals te Roermond
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1804
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bestuurdersaansprakelijkheid (betalingsonwil). De stelling dat er voldoende middelen waren dan wel kon worden verkregen om de vordering te voldoen, is onvoldoende betwist.
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer gerechtshof: 200.298.363
(zaaknummer rechtbank: C/03/282815)
arrest van 7 juni 2022
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[X] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [appellant],
wonende te [woonplaats] ,
3. [appellante],
wonende te [woonplaats] ,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk: [appellanten] en afzonderlijk: [X] Holding, [appellant] en [appellante] ,
advocaat: mr. Y.J.M.L. Dijk te Herten, gemeente Roermond,
tegen
[geïntimeerde] ,
in hoedanigheid van enig erfgenaam van [erflater] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiser,
hierna: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. J.M. Pals te Roermond,
1 Het procesverloop in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het arrest in incident van 5 oktober 2021 hier over. Het verdere verloop blijkt uit de memorie van antwoord.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
2 De beoordeling in hoger beroep
Het hof constateert dat [geïntimeerde] in randnummer 60 van zijn memorie van antwoord tevens een grief heeft geformuleerd tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 28 juli 2021. [appellanten] zal in de gelegenheid worden gesteld om een memorie van antwoord in incidenteel appel in te stellen. Hiertoe zal de zaak worden verwezen naar de rol van 5 juli 2022. Indien [appellanten] hiervan geen gebruik wil maken, dan hoort het hof dit graag zo spoedig mogelijk.
3 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van 5 juli 2022 voor memorie van antwoord in incidenteel appel,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.J.H.G. Bronzwaer, O.G.H. Milar en H.F.P. van Gastel en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2022.
Griffier rolraadsheer