Personen- en familierecht
Voortzetting van LJN BW1261 Bewijslevering samenwonen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 januari 2012
ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1263 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2012-bw1263
Zaakgegevens
Op 26 januari 2012 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- HV 200.080.655 T2
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.F.M Giebels-Derks, mr. A.D. Roos
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2012:BW1263
Samenvatting
Voortzetting van LJN BW1261
Bewijslevering samenwonen.
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Sector civiel recht
Uitspraak: 26 januari 2012
Zaaknummer: HV 200.080.655/01
Zaaknummer eerste aanleg: 200100 / FA RK 09-5267-2
in de zaak in hoger beroep van:
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. W.F.M. Giebels-Derks,
tegen
[Y.],
wonende te [woonplaats],
verweerster,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A.D. Roos.
5. De beschikking van 26 juli 2011
Bij die beschikking heeft het hof de vrouw op grond van artikel 22 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevolen financiële stukken in het geding te brengen, voorzien van een toelichting waaruit blijkt dat:
- de vrouw vanaf het moment dat zij bij [Z.] is ingetrokken (met ingang van november 2007) maandelijks huur heeft betaald aan hem;
- de vrouw in haar eigen levensonderhoud voorziet en haar eigen financiële lasten voldoet;
- de vrouw zelf haar aandeel (en eventueel het aandeel van haar kinderen) heeft betaald van de kosten van de gezamenlijke vakanties met [Z.].
6. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof heeft vervolgens kennis genomen van:
- de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 23 september 2011;
- de brief van de advocaat van de man d.d. 7 oktober 2011;
- de brief met bijlagen van de advocaat van de vrouw d.d. 24 november 2011.
7. De verdere beoordeling
7.1. Naar aanleiding van de door partijen nader in het geding gebrachte stukken overweegt het hof het volgende.
7.2. Bij voornoemde beschikking heeft het hof de vrouw verplicht om stukken in het geding te brengen teneinde de man de gelegenheid te bieden zijn stelling te bewijzen. Naar het oordeel van het hof heeft de vrouw aan die verplichting voldaan, zodat de man thans in de gelegenheid is om desgewenst tot bewijslevering van zijn stelling over te gaan.
7.3. De man is in zijn reactie op de door de vrouw overgelegde stukken reeds uitvoerig op die stukken ingegaan. De man heeft nog niet medegedeeld of en op welke wijze hij bewijs wenst te leveren of dat hij met een schriftelijke reactie op de stukken wenst te volstaan. Wanneer de man bewijs wenst te leveren door middel van het horen van getuigen en hij voornemens is om getuigen te horen die reeds in eerste aanleg zijn gehoord, dan wordt van hem verlangd dat hij aangeeft of en in hoeverre die getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al hebben gedaan.
7.4. De vrouw heeft de haar geboden gelegenheid om te reageren op de reactie van de man benut. Zij heeft zich daartoe echter niet beperkt maar tevens nieuwe stukken in het geding gebracht. Nu de man nog niet in de gelegenheid is geweest om te reageren op die stukken, zal hij daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld. Uit oogpunt van hoor en wederhoor mag de vrouw daarop reageren. Het hof merkt thans reeds op dat het niet de bedoeling is dat de vrouw dan wederom nieuwe stukken in het geding brengt; deze zullen worden geweigerd.
7.5. De slotsom luidt dat het hof de man in de gelegenheid stelt om uiterlijk op 27 februari 2012 schriftelijk mede te delen of en op welke wijze hij bewijs wenst te leveren (zie rov 7.3). De man kan desgewenst volstaan met het geven van een schriftelijke reactie op de door de vrouw bij brief van 24 november 2011 in het geding gebrachte stukken.
Indien de man zowel tot bewijslevering wenst over te gaan als een schriftelijke reactie wenst te geven dient hij zijn schriftelijk reactie uiterlijk op 27 februari 2012 te geven.
8. De beslissing
Het hof:
alvorens verder te beslissen:
verwijst de zaak naar 27 februari 2012 voor uitlating bewijs en/of het geven van een schriftelijke reactie zoals overwogen in rechtsoverweging 7.5;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M. van Ham, C.D.M. Lamers en P.C.G. Brants en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2012.