Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 november 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4925 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2016-4925
Zaakgegevens
Op 3 november 2016 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 3 november 2016
- Datum publicatie
- 7 november 2016
- Zaaknummer
- 200.178.372/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. I Wudka, mr. M. Colgecen-Senol
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2016:4925
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
omgangsregeling
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 november 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2016:4925
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:2202
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
Uitspraak: 3 november 2016
Zaaknummer: 200.178.372/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/01/290796 / FA RK 15-1167
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. I. Wudka,
tegen
[verweerster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M. Colgecen-Senol.
5 De beschikking d.d. 19 mei 2016
Bij die beschikking heeft het hof de raad verzocht een onderzoek in te stellen conform hetgeen onder rechtsoverweging 3.8. is overwogen en iedere verdere beslissing pro forma aangehouden.
6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- het rapport van de raad d.d. 29 augustus 2016;
- de brief van de advocaat van de vader d.d. 8 september 2016.
7 De verdere beoordeling
Uit voornoemd rapport van de raad d.d. 29 augustus 2016 blijkt het volgende.
Na de mondelinge behandeling ter zitting van het hof op 16 april 2016 heeft er een toenadering plaatsgevonden tussen de vader en de moeder. Enkel dagen daarna heeft [minderjarige] aangegeven dat hij eigenlijk toch wel graag contact wil met de vader. De moeder en de vader hebben hierop het contact tussen de vader en [minderjarige] in begeleide vorm opgebouwd. Het verloop hiervan is positief. De vader begrijpt dat het contact met [minderjarige] na zes jaar weer rustig opgebouwd dient te worden en hij maakt goed gebruik van de positie en kennis van de moeder ten aanzien van [minderjarige] .
Ook de communicatie tussen de vader en de moeder lijkt positief te verlopen.
De raad concludeert dat de vader kennelijk in staat is om op positieve wijze omgang te hebben met [minderjarige] en dat de omgang door beide ouders en [minderjarige] zelf gewenst wordt.
Voorts hebben de ouders, zo stelt de raad, laten blijken deze omgang zelf en in onderling overleg mogelijk te maken, waarbij er vooralsnog voor wordt gekozen om de omgang in begeleide vorm te laten plaatsvinden.
De raad acht het raadzaam dat de omgang vooralsnog begeleid wordt uitgevoerd waarbij de grootouders vaderszijde de begeleiding op zich nemen. Het hof gaat er van uit dat de ouders zelf in staat zullen zijn de omgangsregeling in de toekomst verder aan te passen, afgestemd op de belangen van [minderjarige] en de mogelijkheden van de ouders.
De raad adviseert het hof een omgangsregeling vast te stellen tussen [minderjarige] en de vader, inhoudende dat [minderjarige] een zaterdagmiddag per veertien dagen bij de vader mag verblijven.
Blijkens het rapport van de raad is het raadsadvies besproken met [minderjarige] , de moeder en de vader en konden zij zich allen vinden in dit advies, hetgeen ten aanzien van de vader wordt bevestigd in voornoemde brief van 8 september 2016. De moeder is eveneens in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de raad, maar zij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
Het hof zal overeenkomstig het advies van de raad beslissen.
8 De beslissing
Het hof:
vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 15 juli 2015, met uitzondering van de proceskostencompensatie;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
stelt tussen de vader en [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , de volgende omgangsregeling vast:
[minderjarige] verblijft een zaterdagmiddag per veertien dagen bij de vader van 12:00 uur tot 18:00 uur, vooralsnog begeleid door de grootouders aan vaderszijde;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, E.L. Schaafsma-Beversluis en A.E. van Solinge en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2016.