Personen- en familierecht
Herstelbeschikking. In de oorspronkelijke beschikking staat in rechtsoverweging 4.6. vermeld: ‘voormalig…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 oktober 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:3747 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2019-3747
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2019 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2019
- Datum publicatie
- 10 oktober 2019
- Zaaknummer
- 200.221.494_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.M Altena-Staalenhoef, mr. J.A.M. van Weely
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3747
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelbeschikking.
In de oorspronkelijke beschikking staat in rechtsoverweging 4.6. vermeld: ‘voormalig advocaat’. Dit blijkt onjuist. Het gaat hier om een advocaat die eerder dan de voormalig advocaat bij deze zaak betrokken was. In de betreffende rechtsoverweging wordt nu vermeld: ‘toenmalig advocaat’.
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 10 oktober 2019
Zaaknummer: 200.221.494/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/01/316512/ FA RK 17-81
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: de vader,
voormalig advocaat: mr. M.M. Altena-Staalenhoef,
tegen
[verweerster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J.A.M. van Weely.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd te [vestigingsplaats] en mede kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI).
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidoost-Nederland, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.
Overwegingen
Het hof heeft een beschikking tussen partijen gegeven op 20 september 2018.
Het hof heeft geconstateerd dat in voormelde beschikking sprake is van een kennelijke schrijffout. Het hof heeft partijen medegedeeld deze fout te willen verbeteren in die zin dat in rechtsoverweging 4.6. de woorden ‘zijn voormalig advocaat’, worden gewijzigd in ‘zijn toenmalige advocaat’.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover schriftelijk uit te laten. De vader heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd. De advocaat van de moeder heeft bij brief van 14 augustus 2019 meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen verbetering van voormelde fout.
Het hof zal tot herstel van voormelde fout overgaan, nu deze zich voor eenvoudig herstel leent.
De beslissing
Het hof:
bepaalt dat de woorden ‘zijn voormalig advocaat’ in rechtsoverweging 4.6. van de gegeven beschikking van 20 september 2018 moet worden verbeterd en gewijzigd in:
‘zijn toenmalige advocaat’;
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 10 oktober 2019 wordt vermeld op de minuut van de beschikking van 20 september 2018 en dat de griffier van de verbeterde minuut aan partijen een afschrift verstrekt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en A.J. van de Rakt en is in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.