Personen- en familierecht
Personen- en familierecht; huwelijksvermogensrecht; verdeling; toepasselijk recht; afwijking van de peildatum…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 oktober 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:3084 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2020-3084
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2020 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2020
- Datum publicatie
- 6 oktober 2020
- Zaaknummer
- 200.265.200_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A.M van Dooren te Galder, mr. F.R Brouwer te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3084
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Personen- en familierecht; huwelijksvermogensrecht; verdeling; toepasselijk recht; afwijking van de peildatum voor de waardering op grond van de redelijkheid en billijkheid?; afwijking van de wettelijke algehele gemeenschap van goederen op grond van de redelijkheid en billijkheid?; verdeling bij helfte naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?; waardering onroerende zaken; opschortende voorwaarden verbonden aan de toedeling onroerende zaken; gelasten van de wijze van verdeling onroerende zaken; draagplicht rente en kosten onroerende zaken; art. 3:172 BW; art. 6:10 BW; schulden en regresvorderingen; vordering ex art. 843a Rv
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBOBR:2018:5086Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:3226Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 oktober 2020deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2020:3084
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer 200.265.200/01
arrest van 6 oktober 2020
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante in principaal appel,
verweerster in incidenteel appel,
advocaat: mr. M.A.M. van Dooren te Galder,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] (Zwitserland),
geïntimeerde in principaal appel,
appellant in incidenteel appel,
advocaat: mr. F.R. Brouwer te Amsterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 20 augustus 2019 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven van 3 oktober 2018 en 22 mei 2019, gewezen tussen appellante als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en geïntimeerde als eiser in conventie, verweerder in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/312394 / HA ZA 16-594)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep met eiswijziging;
-
de memorie van grieven met (voorwaardelijke) eiswijziging en producties 1 tot en met 4;
-
de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel met eiswijziging en producties 1 tot en met 24;
-
de memorie van antwoord in incidenteel appel met productie 1;
-
de akte herstel/verbetering memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel tevens houdende indiening correcte en aanvullende producties met producties 14 A, 14 B, 14C, 25 tot en met 31, 32 A, 32 B, 33 en 34 van de man;
-
de antwoordakte met productie 1 van de vrouw.
3 De beoordeling
Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het beproeven van een minnelijke regeling of de doorwijzing naar mediation. Ook kan de zitting worden benut om informatie uit te wisselen en om eventuele instructies met betrekking tot de zaak te geven. Het hof verwijst voor nadere algemene informatie over deze zitting naar www.rechtspraak.nl (deelsite Gerechtshof 's-Hertogenbosch, onder “Meer regels en procedures”).
De geplande duur van de zitting is anderhalf uur. Ter zitting zal niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten. Hieronder wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak al dan niet aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.
De zaak zal worden verwezen naar de rol van 20 oktober 2020 voor opgave verhinderdata voor de komende vijf maanden. Partijen dienen er rekening mee te houden dat de comparitie van partijen op een woensdag zal plaatsvinden.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 20 oktober 2020 voor opgave verhinderdata voor de komende vijf maanden;
bepaalt dat de advocaat van appellante binnen twee weken na de datum van dit arrest een kopie van het volledige procesdossier in viervoud zal indienen bij het hof;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.A.M. Scheij, M.J. van Laarhoven en G.J. Vossestein en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 oktober 2020.
griffier rolraadsheer