Personen- en familierecht
Hoofdverblijf Zorgregeling Intrekking hoger beroep ter zitting
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 december 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:3931 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2020-3931
Zaakgegevens
Op 17 december 2020 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 17 december 2020
- Datum publicatie
- 17 december 2020
- Zaaknummer
- 200.281.018_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.E.A Hendrix, mr. I.F.H. Nelissen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3931
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoofdverblijf
Zorgregeling
Intrekking hoger beroep ter zitting
Procesgang
Rechtbank Limburg · 15 mei 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:4683Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 september 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:2954Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 december 2020deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2020:3931
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 17 december 2020
Zaaknummer: 200.281.018/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/260927 / FA RK 19-648
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder] ,
wonende te
[woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J.E.A. Hendrix,
tegen
[de vader] ,
wonende te
[woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. I.F.H. Nelissen.
Deze zaak gaat over:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , en
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,
hierna samen te noemen: de kinderen.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidoost Nederland, vestiging [vestiging] ,
hierna te noemen: de raad.
5 De beschikking d.d. 24 september 2020
Bij die beschikking heeft het hof partijen, zo nodig vergezeld van hun advocaten, alsmede de GI en de raad opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van het hof op 30 november 2020 te 14.00 uur. Daarbij heeft het hof iedere verdere beslissing aangehouden tot voornoemde datum.
6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 november 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. Hendrix;
- de vader, bijgestaan door mr. Nelissen;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- het V8-formulier met bijlage (het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in
eerste aanleg) van de advocaat van de moeder d.d. 30 september 2020.
7 De verdere beoordeling
De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij het hoger beroep wenst in te trekken. Het hof maakt hieruit op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.
Gezien de familierechtelijke aard van de zaak zal het hof de proceskosten compenseren.
8 De beslissing
Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep;
compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus, dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, E.L. Schaafsma-Beversluis en M.J.C. van Leeuwen, en is op 17 december 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.