Personen- en familierecht
Intrekking verzoek hoofdverblijf en zorgregeling.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 oktober 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:3381 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 oktober 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-3381
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2022
- Datum publicatie
- 6 oktober 2022
- Zaaknummer
- 200.305.497_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A Knopper, mr. J. Geuze
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:3381
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking verzoek hoofdverblijf en zorgregeling.
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 6 oktober 2022
Zaaknummer: 200.305.497/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/01/370046 FA RK 21-1794
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. R.A. Knopper,
tegen
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J. Geuze.
Deze zaak gaat over: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Oost-Brabant, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, van 19 oktober 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift van 19 januari 2022, met producties, ingekomen bij het hof op diezelfde datum, heeft de vader verzocht voormelde beschikking te vernietigen en het verzoek van de moeder ten aanzien van het hoofdverblijf en de wijziging van de zorg- en contactregeling af te wijzen.
Bij verweerschrift, met producties, ingekomen bij het hof op 17 maart 2022, heeft de
moeder verzocht de vader in zijn beroep niet-ontvankelijk te verklaren althans het af te
wijzen met bekrachtiging van de bestreden beschikking, kosten rechtens.
Bij aanvullend verweerschrift van 9 augustus 2022, met bijlage, heeft de advocaat van de moeder het hof verzocht de verzoeken van de man in hoger beroep af te wijzen.
Het hof heeft verder kennis genomen van:
- het V8-formulier van 17 maart 2022, met bijlagen, van de advocaat van de vader, ingekomen bij het hof op 18 maart 2022.
Bij V4-formulier van 31 augustus 2022 heeft de vader het hoger beroep ingetrokken. Bij bericht van (eveneens) 31 augustus 2022 is dit bevestigd door de advocaat van de moeder.
Gelet hierop heeft de mondelinge behandeling die bij het hof gepland stond geen doorgang gevonden.
3 De beoordeling
Het hof maakt uit voormeld bericht op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de vader niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.
Het hof zal, gelet op de aard van de procedure, de proceskosten in hoger beroep compenseren, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.
4 De beslissing
Het hof:
verklaart vader niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep;
compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.J.F. Manders, E.M.C. Dumoulin en A.M. Bossink en is op 6 oktober 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.