Personen- en familierecht
Intrekking hoger beroep; hof verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoeken in hoger beroep.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 maart 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:1055 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2023-1055
Zaakgegevens
Op 30 maart 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 30 maart 2023
- Datum publicatie
- 30 maart 2023
- Zaaknummer
- 200.317.941_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:1055
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking hoger beroep; hof verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoeken in hoger beroep.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer : 200.317.941/01
zaaknummers rechtbank : C/02/384553 / FA RK 21-1825 en C/02/395940 / FA RK 22-1320
beschikking van de meervoudige kamer van 30 maart 2023
inzake
[de vrouw] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. R. Wouters te Middelburg,
tegen
[de man] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. P.C. van der Kuijl te Middelburg.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging: [vestigingsplaats],
hierna te noemen: de raad.
In het kort:
Deze zaak gaat over de vaststelling partneralimentatie en over de omgang tussen de man en de minderjarige:
[minderjarige] (hierna: [minderjarige]), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2016.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (Middelburg) van 26 juli 2022, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
Bij deze beschikking van 26 juli 2022 heeft de rechtbank onder meer de echtscheiding uitgesproken en voorts, voor zover thans van belang:
- als voorlopige zorgregeling bepaald dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot contact met elkaar:
-
de ene week van donderdagmiddag na school tot zondag 19.00 uur, en
-
de andere week op woensdagmiddag na school tot 19.00 uur,
-iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aangehouden;
-
een door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] bepaald op € 342,- per maand, met ingang van 26 juli 2022;
-
het verzoek van de vrouw om partneralimentatie en ook het meer of anders verzochte met betrekking tot de kinderbijdrage, afgewezen.
2 Het geding in hoger beroep
De vrouw is op 24 oktober 2022 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De man heeft op 14 november 2022 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 30 juni 2022;
- het V6-formulier met als bijlage productie 2 (raadsrapport) van de advocaat van de vader d.d. 25 januari 2023;
- het V6-formulier met bijlagen (salarisspecificaties) van de advocaat van de moeder d.d. 1 februari 2023.
De mondelinge behandeling heeft op 13 februari 2023 plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de vrouw, vertegenwoordigd door haar advocaat;
- de man, vertegenwoordigd door zijn advocaat;
- [vertegenwoordiger van de raad], namens de raad.
Na de mondelinge behandeling zijn de volgende stukken bij het hof ingekomen:
- het V8formulier van de advocaat van de vrouw d.d. 15 februari 2023 waarin in
het hoger beroep deels wordt ingetrokken, te weten met betrekking tot de
partneralimentatie;
- het V4-formulier van de advocaat van de vrouw d.d. 21 februari 2023 waarin het
hoger beroep door de vrouw geheel wordt ingetrokken;
- een e-mail van de advocaat van de vader d.d. 23 februari 2023 waarin namens de vader wordt bevestigd dat hij instemt met volledige intrekking van het hoger beroep.
3 De motivering van de beslissing
Het hof maakt hieruit op dat de vrouw de gronden van het hoger beroep niet langer handhaaft. Dit brengt mee dat het hof de vrouw in haar verzoeken in hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.
4 De beslissing
Het hof:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoeken in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, A.M. Bossink en M.L.F.J. Schyns en is op 30 maart 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van mr. E.G.A. Gubbels-Janssen, griffier.