Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 mei 2023

Zaakgegevens

Op 11 mei 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11 mei 2023
Datum publicatie
12 mei 2023
Zaaknummer
200.276.951/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. M Dorgelo, mr. A. Hollman
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:1556
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Omgangsregeling

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 januari 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:264
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 januari 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:122
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1556

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 december 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:3873

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 11 mei 2023

Zaaknummer: 200.276.951/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/220659 / FA RK 16-1624

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende op een bij het hof bekend adres,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. M. Dorgelo,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. A. Hollman.

Deze zaak gaat over [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op

[geboortedatum] 2012.

Al belanghebbende wordt aangemerkt:

[stichting] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio [regio] , locatie [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

9 De beschikking van het hof van 19 januari 2023

9.1.

Bij die beschikking heeft het hof de GI verzocht om het hof uiterlijk op 1 maart 2023 te informeren over de stand van zaken. Het hof heeft de moeder niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van haar verzoek een bijzondere curator te benoemen en iedere verdere beslissing aangehouden.

10 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

10.1.

Het hof heeft nadien ontvangen:

- de brief van de GI van 24 februari 2023, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;

- het V6-formulier van de advocaat van de moeder van 27 maart 2023, met bijlage, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;

- het V6-formulier van de advocaat van de vader van 27 maart 2023, met bijlage, ingekomen bij het hof op diezelfde datum.

11 De verdere beoordeling

11.1.

Uit de door GI inkomen brief blijkt dat de GI het op dit moment geen passend streven vindt om in te zetten op fysiek contact of omgang tussen de vader en [minderjarige] . Door de rust die er is gekomen in de periode dat er geen contact was tussen [minderjarige] en de vader heeft [minderjarige] flinke ontwikkelingen doorgemaakt en zit hij nu beter in zijn vel. Ook de moeder voelt meer draagkracht en rust. Het lijntje met de vader moet echter wel intact blijven. De GI wil daarom onderzoeken in hoeverre de vader intrinsieke motivatie heeft om contact te krijgen met [minderjarige] en bezien of de vader bereid is om heel laagdrempelig en met geduld het contact te starten middels het sturen van kaartjes o.i.d. naar het adres van school van [minderjarige] . Afhankelijk van hoe [minderjarige] hierop reageert kan in samenspraak met de hulpverlening ingezet worden op begeleide omgang, laag frequent.

11.2.

De moeder kan zich vinden in het standpunt van de GI. [minderjarige] heeft de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Dat is gekomen doordat [minderjarige] meer ruimte in zijn hoofd heeft gekregen, doordat van hem geen omgang met de vader werd verwacht. [minderjarige] wil nog steeds geen contact met de vader en is hierin heel stellig. [minderjarige] doet derhalve blijken van ernstige bezwaren tegen de omgang. Dit betekent dat fysiek contact in strijd is met de belangen van [minderjarige] . De moeder staat er wel achter indien onderzoek wordt gedaan naar de intrinsieke motivatie van de vader en dat er kaartjes worden gestuurd. De moeder vraagt om een eindbeschikking.

11.3.

De vader betreurt het dat de GI het op dit moment niet passend vindt om in te zetten op fysiek contact. De vader heeft [minderjarige] nu al ruim twee jaar niet gezien en heeft zich telkens geduldig opgesteld. De vader vindt het daarom zeer kwetsend dat de GI wil onderzoeken of de vader intrinsiek gemotiveerd is om contact met [minderjarige] te krijgen. Hij wil immers niets liever. Dit klemt temeer, nu de GI lange tijd niet bereikbaar is geweest en geen actieve rol heeft ingenomen. Nog altijd is onvoldoende onderzocht waar de angst van [minderjarige] vandaan komt en of dat er bijvoorbeeld sprake is van ouderverstoting / complexe omgangsproblematiek. De vader is inmiddels gestart met het sturen van kaartjes naar de school van [minderjarige] en verwacht dat de GI daarover een terugkoppeling geeft aan de vader. De vader verzoekt het hof de zaak kort aan te houden en een nieuwe mondelinge behandeling in te plannen zodat er dan een beslissing kan worden genomen over de definitieve omgangsregeling. De sleutel voor verandering van de schrijnende situatie ligt volgens de vader in de handen van de ouders en niet in die van [minderjarige] .

11.4.

Het hof overweegt als volgt.

11.4.1.

In de tussenbeschikking van dit hof van 19 januari 2023 is door het hof zeer expliciet overwogen dat het van groot belang is dat er thans met voortvarendheid gewerkt gaat worden aan de doelen die de raad al in de rapportage van 26 juli 2021 gesteld had, zijnde (onder meer): herstel en opbouw van het contact tussen [minderjarige] en de vader en het kunnen geven van emotionele toestemming en ondersteuning door de moeder aan [minderjarige] voor deze contacten. De GI diende, aldus de raad, het proces te volgen en passende hulpverlening in te zetten. Het hof komt op dit moment andermaal tot de conclusie dat de GI hierin een andere weg lijkt te zijn ingeslagen dan door de raad is geadviseerd en vervolgens door het hof is opgedragen. Anders dan de GI is het hof bovendien van oordeel dat er geen twijfels bestaan over de intrinsieke motivatie van de vader om contact te willen met [minderjarige] . Ook acht het hof het daarom niet zinvol om hier nader onderzoek naar te gaan doen, zoals de GI dat voorstelt. De vader is bovendien inmiddels gestart met het sturen van kaartjes naar de school en heeft aangegeven dat hij graag wil dat de GI hem daarin een terugkoppeling geeft.

11.4.2.

Concreet verwacht het hof van de GI uiterlijk 15 juni 2023 op schrift een plan te ontvangen welke middelen de GI inzet en achtereenvolgens in gaat zetten om tot het einddoel te komen: zijnde fysieke omgang tussen de vader en [minderjarige] . Het hof verwacht dat de GI hiertoe een concreet en gedetailleerd stappenplan opstelt, inhoudende dat na het versturen van een aantal kaartjes op korte termijn na deze beschikking overgegaan wordt op beeldbellen (via bijvoorbeeld Facetime of whatsapp), aanvankelijk onder begeleiding van de GI of een andere professional. Voorts kan daarna op heel korte termijn (binnen een paar weken) overgegaan worden op (aanvankelijk) begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] . Het hof verwacht dat de GI dit plan opstelt en hieraan ook daadwerkelijk uitvoering gaat geven in de komende periode. Partijen en belanghebbenden krijgen vervolgens tot 22 juni 2023 de tijd om te reageren op het plan van de GI.

11.4.3.

Het hof ziet gelet op het voorgaande aanleiding om een nieuwe mondelinge behandeling te gelasten. De voortgezette mondelinge behandeling zal plaatsvinden op

22 augustus 2023 om 13.00 uur. Het hof verzoekt onderhavige beschikking als een oproep te beschouwen voor de mondelinge behandeling. Er zal geen separate oproepbrief verstuurd worden. Het hof merkt hierbij uitdrukkelijk op van de GI te verwachten dat er daadwerkelijk een vertegenwoordiger van de GI verschijnt die bovendien op de hoogte is van de laatste stand van zaken in deze zaak.

12 De beslissing

Het hof:

verzoekt de GI uiterlijk 15 juni 2023 het hof schriftelijk te informeren over hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 11.4.2, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de advocaten van partijen en de raad;

stelt de advocaten van partijen en de raad in de gelegenheid om uiterlijk 22 juni 2023 schriftelijk te reageren op de rapportage van de GI;

bepaalt dat partijen in persoon, bijgestaan door hun advocaten, de raad en de GI (beiden vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is), op 22 augustus 2023 om 13.00 uur zullen verschijnen op de voortgezette mondelinge behandeling in hoger beroep in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, H. van Winkel en

E.M.C. Dumoulin en in het openbaar uitgesproken door mr. A.J.F. Manders op 11 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.