Personen- en familierecht
wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 september 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:3133 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2023-3133
Zaakgegevens
Op 28 september 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 28 september 2023
- Datum publicatie
- 28 september 2023
- Zaaknummer
- 200.324.619_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.E.I.K Jaminon, mr. S.G.L. Bremen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:3133
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 28 september 2023
Zaaknummer: 200.324.619/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/295957 / FA RK 21-3280
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats moeder] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. L.E.I.K. Jaminon,
tegen
[de vader] ,
wonende te [woonplaats vader] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. S.G.L. Bremen.
Deze zaak gaat over de minderjarige [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
Raad voor de Kinderbescherming,
regie Limburg, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 februari 2022 en 13 januari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 23 maart 2023, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking van 13 januari 2023 te vernietigen (naar het hof begrijpt) voor zover het betreft het gezag over [minderjarige 1] , en alsnog de moeder alleen met het gezag over [minderjarige 1] te belasten.
De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
Het hof heeft verder kennisgenomen van de inhoud van:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 1 februari 2022;
- een V-formulier van 31 mei 2023 met een brief van de advocaat van de vader;
- een e-mailbericht van 2 juni 2023 van de advocaat van de moeder;
- een V-formulier van 10 augustus 2023 met producties van de advocaat van de moeder.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door mr. Jaminon;
- de vader, bijgestaan door mr. Bremen;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
Het hof heeft, mede gezien hetgeen in het hierna volgende wordt overwogen, afgezien van het horen van [minderjarige 1] . Het hof is tot deze beslissing gekomen omdat het belang van [minderjarige 1] zich tegen dit horen verzet en er geen verdere gronden aanwezig zijn die maken dat tot een andere beslissing gekomen dient te worden.
3 De beoordeling
Feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit het huwelijk van partijen zijn geboren:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 te [geboorteplaats] .
De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. De kinderen wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 11 februari 2022 heeft de rechtbank, kort gezegd, de raad verzocht een onderzoek te verrichten naar en te adviseren ter zake het gezag en de zorgregeling betreffende beide kinderen. Iedere verdere beslissing heeft de rechtbank aangehouden.
De raad heeft bij rapport van 4 oktober 2022 de rechtbank geïnformeerd en geadviseerd.
Bij de bestreden beschikking van 13 januari 2023 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang:
- het verzoek van de moeder om haar voortaan alleen met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te belasten afgewezen;
- bepaald dat de zorgregeling tussen [minderjarige 1] en de vader voorlopig, totdat daarover nader wordt beslist, zal plaatsvinden in het kader van een begeleide omgangsregeling op niveau 2 (BOR-2) onder professionele begeleiding, waarbij de professional de regie over de contacten heeft, voor de duur van acht maanden te rekenen vanaf de datum van deze beschikking;
Iedere verdere beslissing is aangehouden.
[minderjarige 1] heeft sinds Pasen 2021 geen fysiek contact meer met de vader. In het kader van het BOR-traject, dat heeft plaatsgevonden van februari 2023 tot juli 2023, zijn geen contactmomenten tussen [minderjarige 1] en de vader tot stand gekomen.
Omvang van het geschil
De moeder kan zich niet verenigen met voornoemde beschikking van 13 januari 2023 voor zover het de beslissing over het gezag over [minderjarige 1] betreft en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. De moeder wenst voortaan alleen het gezag over [minderjarige 1] uit te oefenen.
De vader heeft bij brief van 31 mei 2023 aan het hof kenbaar gemaakt dat hij heeft besloten niet langer verweer te voeren tegen de door de moeder verzochte wijziging in het gezag over [minderjarige 1] . Daarbij heeft hij het volgende naar voren gebracht.
[minderjarige 1] wil op dit moment geen contact met hem en zij heeft ook de uitdrukkelijke wens uitgesproken dat alleen de moeder het gezag over haar krijgt. De vader is ervan overtuigd dat het op dit moment in hun beider belang is dat hij als vader een stap terug zet, zodat [minderjarige 1] de nodige rust en ruimte krijgt zich te ontplooien. De vader hoopt dat dat de verstandhouding tussen hem en [minderjarige 1] op de lange termijn goed doet. Hij verzoekt het hof nadrukkelijk het verzoek van de moeder te honoreren.
Motivering van de beslissing
Het hof overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 1:251a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter na ontbinding van het huwelijk op verzoek van de ouders of van een van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Op grond van de processtukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep naar voren is gebracht, is duidelijk geworden dat [minderjarige 1] – zij wordt in oktober 2023 vijftien jaar oud – de vader al langere tijd volledig afwijst. De ouders zijn het erover eens dat de druk die het gezamenlijk gezag op dit moment voor [minderjarige 1] meebrengt, [minderjarige 1] sterkt in de afwijzing van de vader. Zij hopen beiden dat door wijziging van het gezag er meer ruimte en rust komt voor [minderjarige 1] .
Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de oprechtheid van de ouders. Het hof acht het in de gegeven omstandigheden in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk om het gezag te wijzigen.
Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen, voor zover het betreft de beslissing over het gezag van [minderjarige 1] , en het verzoek van de moeder om haar alleen met het gezag over [minderjarige 1] te belasten alsnog toewijzen.
4 De beslissing
Het hof:
vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht , van 13 januari 2023, voor zover de rechtbank het verzoek van de moeder om haar alleen met het gezag over [minderjarige 1] te belasten heeft afgewezen;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
bepaalt dat het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] , aan de moeder alleen toekomt;
verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van
deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, team familie- en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.D.M. Lamers, H. van Winkel en E.M.C. Dumoulin en is op 28 september 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.