Personen- en familierecht

Overeenstemming kinderalimentatie.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 november 2023

Zaakgegevens

Op 9 november 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 november 2023
Datum publicatie
9 november 2023
Zaaknummer
200.329.015_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. T.H Meulendijks-Hermans, mr. M.W.F. van Wijk
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:3723
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Overeenstemming kinderalimentatie.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 9 november 2023

Zaaknummer: 200.329.015/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/381384 / FA RK 22-1719

in de zaak in hoger beroep van:

[de man] ,

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. T.H. Meulendijks-Hermans,

tegen

[de vrouw] ,

blijkens de huwelijksakte: [de vrouw],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. M.W.F. van Wijk.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 3 april 2023.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 28 juni 2023, heeft de man verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover het betreft de vaststelling van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, en opnieuw rechtdoende de bestreden beschikking te wijzigen in die zin dat de man € 109,00 per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, met ingang van 21 april 2022, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

2.2.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 25 juli 2023, heeft de vrouw verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 september 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.

Tevens was als tolk aanwezig R.V. Mamuleanu, tolk in de Roemeense taal.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het V6-formulier van de advocaat van de man van 27 september 2023 met producties 5 t/m 7.

3 De feiten

3.1.

Partijen zijn op 25 april 2009 te Roemenië met elkaar gehuwd. Partijen hebben de Roemeense nationaliteit.

3.2.

Uit het huwelijk van partijen zijn geboren:

- [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1]), op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] (Roemenië);

- [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2]), op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] (Roemenië);

Hierna samen te noemen: de kinderen.

3.3.

De kinderen hebben het hoofdverblijf bij de vrouw.

3.4.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de daarvoor bestemde registers van de burgerlijke stand op 19 juli 2023.

4 De omvang van het geschil

4.1.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank – uitvoerbaar bij voorraad –, voor zover thans van belang, bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen moet voldoen een bedrag van € 200,00 per kind per maand met ingang van 21 april 2022.

4.2.

De man kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

5 De beoordeling

5.1.

Het internationale karakter van de zaak vraagt een beoordeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en het toepasselijk recht. Het hof is, na dit ambtshalve te hebben onderzocht, met de rechtbank van oordeel dat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft en het Nederlands recht van toepassing is.

5.2.

Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de kinderalimentatie. Zij verzoeken het hof, de overeenstemming op te nemen in de beschikking. Concreet zijn partijen overeengekomen dat:

  • de man met ingang van 21 april 2022 een bedrag van € 150,00 per kind per maand zal betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen;

  • dit bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd, voor het eerst per 1 januari 2023.

5.3.

Het voorgaande brengt mee dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en, in zoverre opnieuw beschikkende, overeenkomstig de bereikte overeenstemming, zal beslissen als volgt.

6 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van
3 april 2023, voor zover het betreft de beslissing over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, en in zoverre opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 21 april 2022 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal voldoen een bedrag van € 150,00 per kind per maand, voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft te voldoen bij vooruitbetaling, welk bedrag voor het eerst per 1 januari 2023 wordt geïndexeerd;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, C.N.M. Antens en H.J. Witkamp en is op 9 november 2023 uitgesproken in het openbaar door mr. J.C.E. Ackermans in tegenwoordigheid van de griffier.