Personen- en familierecht
Intrekking hoger beroep tegen uithuisplaatsing van de minderjarigen.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 december 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:4297 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2023-4297
Zaakgegevens
Op 28 december 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 28 december 2023
- Datum publicatie
- 28 december 2023
- Zaaknummer
- 200.333.454_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.E.A.H. Verstraelen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:4297
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking hoger beroep tegen uithuisplaatsing van de minderjarigen.
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak : 28 december 2023
Zaaknummer : 200.333.454/01
Zaaknummers 1e aanleg: C/03/321225 / JE RK 23-1463 en C/03/322199 / JE RK 23-1607
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
en
[de moeder] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
hierna te noemen: de moeder,
verzoekers in hoger beroep,
hierna samen te noemen: de vader en de moeder, dan wel gezamenlijk: de ouders.
advocaat: mr. J.E.A.H. Verstraelen,
tegen
de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).
Deze zaak gaat over:
- [minderjarige 1] (hierna te noemen: [minderjarige 1] ),
geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] (hierna te noemen: [minderjarige 2] ),
geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de raad.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 21 september 2023, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.
2. Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 16 oktober 2023, hebben de ouders verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een pleeggezin met ingang van 21 september 2023, alsnog af te wijzen.
Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 10 november 2023, heeft de GI verzocht het door de ouders ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.
De ouders zijn ook in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank van 27 oktober 2023 waarin – voor zover thans van belang – aan de GI een machtiging is verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 6 november 2023 tot uiterlijk 21 september 2024; deze zaak is bij het hof bekend onder zaaknummer 200.334.797/01.
Gelet op de verknochtheid van de onder nummers 200.333.454/01 en 200.334.797/01 ter griffie ingeschreven zaken, heeft het hof beide zaken op de mondelinge behandeling behandeld. Er is in een afzonderlijke beschikking op de zaak met zaaknummer 200.334.797/01 beslist.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 december 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- de ouders, bijgestaan door mr. Verstraelen;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2].
De raad heeft het hof bij brief d.d. 27 november 2023 bericht niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zullen zijn.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- het V6-formulier met bijlage ingediend door de advocaat van de ouders op 20 november 2023.
3 De beoordeling
Uit de moeder is [minderjarige 1] geboren.
Uit de relatie van de moeder en de vader is [minderjarige 2] geboren.
De vader heeft, hoewel hij niet de biologische ouder is van [minderjarige 1] , beide kinderen erkend.
De ouders hebben samen het ouderlijk gezag over de kinderen.
De moeder is thans opnieuw in verwachting. Zij is uitgerekend op [datum] 2024.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] staan sinds 29 december 2021 onder toezicht van de GI.
De ondertoezichtstelling is laatstelijk verlengd tot 21 september 2024.
Inmiddels is duidelijk dat er ook een ondertoezichtstelling is verzocht over het nog ongeboren kind van de ouders.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn van 17 maart 2022 tot 30 juni 2022 uit huis geplaatst geweest. Daarna zijn de kinderen weer bij de moeder teruggeplaatst.
Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 21 september 2024.
Bij deze beschikking heeft de rechtbank eveneens aan de GI een machtiging verleend om de kinderen uit huis te plaatsen in een pleeggezin voor de duur van één jaar, derhalve tot 21 september 2024.
De ouders kunnen zich – wat betreft de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] – met deze beslissing niet verenigen en zij zijn hiervan in hoger beroep gekomen.
De advocaat van de ouders heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep het door de ouders ingestelde hoger beroep tegen de bestreden beschikking van 21 september 2023 ingetrokken omdat het onderhavige hoger beroep inmiddels is achterhaald door de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 oktober 2023. Bij genoemde beschikking is aan de GI een machtiging verleend om de kinderen met ingang van 6 november 2023 voor de duur van de ondertoezichtstelling dus tot 21 september 2024, uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderen verblijven inmiddels ook in een gezinshuis.
Het hof maakt hieruit op dat de ouders hun grieven niet langer handhaven. Dit brengt met zich dat de ouders niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.
4 De beslissing
Het hof:
verklaart de ouders niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, H. van Winkel en M.I. Peereboom en is op 28 december 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.