Personen- en familierecht
Overeenkomst kinderalimentatie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 februari 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:494 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2023-494
Zaakgegevens
Op 9 februari 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 9 februari 2023
- Datum publicatie
- 9 februari 2023
- Zaaknummer
- 200.313.000_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:494
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overeenkomst kinderalimentatie.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer : 200.313.000/01
zaaknummer rechtbank : C/01/375275 / FA RK 21-4538
beschikking van de meervoudige kamer van 9 februari 2023
inzake
[de man] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. M. Pinarbasi-Ilbay te Amsterdam ,
tegen
[de vrouw] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. H. Sanli te Helmond.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 8 april 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
De man is op 8 juli 2022 in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 8 april 2022.
De vrouw heeft op 8 september 2022 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 3 maart 2022;
- het V6-formulier met bijlagen van de zijde van de man van 2 januari 2023.
De minderjarige is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
De mondelinge behandeling heeft op 13 januari 2023 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
Partijen zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [minderjarige] ).
Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2010 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 2 november 2010 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Bij de echtscheidingsbeschikking is - voor zover hier van belang - bepaald dat de man met ingang van 1 juni 2009 aan de vrouw een bedrag van € 200,- per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] (hierna ook: kinderalimentatie) zal betalen.
Het hof heeft, voor zover hierna bedragen zijn genoemd, deze telkens afgerond, tenzij anders vermeld.
4 De omvang van het geschil
Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de man om de kinderalimentatie op nihil te stellen afgewezen.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de kinderalimentatie voor [minderjarige] . Partijen verzoeken het hof de overeenstemming op te nemen in de beschikking. Concreet zijn partijen overeengekomen dat:
-
de man aan de vrouw met ingang van 1 februari 2023 € 100,- per maand aan
kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] zal betalen, de toekomstige termijnen steeds bij vooruitbetaling te voldoen; -
partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen;
-
de vrouw haar vordering bij het LBIO die ziet op de achterstallige kinderalimentatie zal intrekken;
-
elke partij de eigen proceskosten draagt.
Het hof zal aan het verzoek van partijen voldoen en de afspraken over de door de man te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] in het dictum opnemen.
Het voorgaande brengt mee dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en, in zoverre opnieuw beschikkende, - overeenkomstig de bereikte overeenstemming - zal beslissen als volgt.
5 De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 8 april 2022 en opnieuw beschikkende:
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 februari 2023 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] € 100,- per maand zal betalen, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, C.N.M. Antens en M. van Ham, bijgestaan door mr. R. Jelicic als griffier, en is op 9 februari 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.