Personen- en familierecht
Eindbeschikking. De ouders hebben overeenstemming bereikt over de zorg- en informatieregeling.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 augustus 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:2283 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 augustus 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-2283
Zaakgegevens
Op 21 augustus 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2025
- Datum publicatie
- 21 augustus 2025
- Zaaknummer
- 200.325.420_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D Dronkers, mr. I. Ligtelijn-Huisman
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2283
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eindbeschikking. De ouders hebben overeenstemming bereikt over de zorg- en informatieregeling.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 augustus 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:2788Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 mei 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:1807Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 augustus 2025deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2025:2283
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 21 augustus 2025
Zaaknummer: 200.325.420/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/309344 / FA RK 22-3463
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. D. Dronkers,
tegen
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. I. Ligtelijn-Huisman.
Deze zaak gaat over de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging: [vestiging] ,
hierna te noemen: de raad.
9 De beschikking d.d. 30 mei 2024
Bij die beschikking heeft het hof de beslissing met betrekking tot de omgangsregeling aangehouden teneinde de ouders in de gelegenheid te stellen zich te wenden tot [instantie] of een soortgelijke organisatie waar de mogelijkheden voor omgang worden onderzocht en waar mogelijk omgang wordt opgestart onder regie van een BOR II traject, waarbij de invulling van het traject wordt bepaald door en zal worden overgelaten aan de betreffende hulpverleningsinstantie.
Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden tot PRO FORMA 1 maart 2025.
10 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof heeft na de (tussen-)beschikking kennisgenomen van:
- het e-mailbericht namens de raad, ingekomen bij de griffie op 4 augustus 2025;
- het V9-formulier namens de vader, ingekomen bij de griffie op 5 augustus 2025;
- het V9-formulier namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 5 augustus 2025.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken met betrekking tot de verzoeken, maar hebben daar geen gebruik van gemaakt.
De mondelinge behandeling heeft geen doorgang gevonden.
11 De verdere beoordeling
Uit voormelde berichten van 5 augustus 2025 volgt dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over hetgeen hen in hoger beroep verdeeld hield. Partijen zijn het volgende overeengekomen:
“[minderjarige 1] gaat een dag per week naar de vader, waarbij de dag in overleg met [minderjarige 1] zelf wordt vastgesteld en dit gewoonlijk de zondag zal zijn;
Tussen de vader en [minderjarige 2] is er momenteel geen omgangsregeling en de moeder zal ieder kwartaal schriftelijk inhoudelijke informatie aan de vader verstrekken over hoe het met [minderjarige 2] gaat, waarbij zij zo concreet mogelijk zal zijn”.
Partijen verzoeken het hof de overeenstemming op te nemen in een beschikking. Het hof zal de gemaakte afspraken opnemen in het dictum. Het hof begrijpt uit de
overeenstemming die partijen hebben bereikt dat de vader en de moeder de verzoeken over en weer hebben gewijzigd conform hetgeen partijen zijn overeengekomen.
Het hof zal op grond van het voorgaande de bestreden beschikking vernietigen en beslissen zoals hierna in het dictum vermeld.
12 De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond , van 10 januari 2023, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
stelt in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de informatieregeling, overeenkomstig de door de ouders bereikte overeenstemming, met betrekking tot [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] het volgende vast:
- [minderjarige 1] gaat een dag per week naar de vader, waarbij de dag in overleg met [minderjarige 1] zelf wordt vastgesteld en dit gewoonlijk de zondag zal zijn;
- tussen de vader en [minderjarige 2] is er momenteel geen omgangsregeling en de moeder zal ieder kwartaal schriftelijk inhoudelijke informatie aan de vader verstrekken over hoe het met [minderjarige 2] gaat, waarbij zij zo concreet mogelijk zal zijn;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.M. Bossink, E.P. de Beij en M.J.C. van Leeuwen en is in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.